Herladen en opladen

Een tijdje terug schreef ik over mijn hoofd. Ik had het gevoel dat het niet meer werkte zoals ik dat gewend was. Afgelopen weken leerde ik dat dat ook zo was. Mijn hoofd, of eigenlijk mijn lichaam, gaf het sein “rood”. Vol in de remmen. Terug naar start. Maar waar was start?

Via via kwam ik terecht bij een psycholoog. Volop in de adrenaline zat ik daar, op zoek naar een oplossing voor mijn hoofd. Mijn hoofd dat stuk was. Geluiden niet meer wilde horen. Kinderstemmen verafschuwde. Getik van de regen op de ramen mij uit mijn vel deed springen. Ademhaling was al teveel. Ik zat en vertelde.

Ik ben twee manden verder. Voor mijn gevoel nog niet veel verder omdat ik eerst terug moest. Terug naar af. Terug naar start. Alleen die terugweg kost tijd. Want wat is start? Waar is het begin? Wat moet ik doen? Moet ik iets doen? Maar hoe dan?

Ik heb veel geleerd en weinig gedaan. Voor mijn gevoel en in vergelijking met de afgelopen 15 jaar. Zolang geleden is het exact vandaag dat ik daar was in dat ziekenhuis op de Prinsengracht. Ik zie mij nog rijden in mijn nieuwe rode lease auto. Carrière in het vooruitzicht, glanzend als mijn rode bolide. Totdat de wereld ineens op zijn kop stond. En mijn leven bestond uit zorgen maken en zorgen voor. Ik deed het met liefde en volharding, zonder twijfel. Vergat alleen terug te schakelen na die zware tijd.

Mijn psycholoog leert mij dat na trauma herstel nodig is. Klinkt logisch. Soms moet je door. Van jezelf, omdat je omgeving jouw zo ‘ sterk’ vindt, omdat je jezelf wilt bewijzen, omdat…. En dan komt een trauma niet alleen. Er gebeuren meer dingen waarvan je niet goed herstelt, die je niet verwerkt. Het stapelt zich op en de rem kun je niet vinden.

Totdat je eigen lijf je in de steek laat. En dan moet je wel. Op zoek naar de rem. Op zoek naar start. Op zoek naar energie. Van de zesde versnelling naar de eerste. “Moeten” uit je agenda schrappen. Je agenda schrappen. En zoeken naar de balans. Energie geven en energie krijgen. Jezelf de vraag durven stellen. “Waar word ik gelukkig van?”

Jezelf herladen en opladen. De batterij kreeg namelijk niet genoeg tijd om op te laden. En was steeds sneller leeg. Zoals een oude iPhone binnen een mum van tijd weer leeg kan zijn. Gelukkig is de batterij van een mens gemaakt om een leven lang mee te gaan. Als je er maar goed voor zorgt!

Dun als ijs

In mijn agenda lege vakjes
volgende week, de maand erna.
Ik ben gewend ze gevuld
te zien.
De vakjes die de uren, de dagen
voorstellen tot ze voorbij gegaan
zijn in de tijd.

Leven in het nu, het stipje
is vandaag, niet op de horizon.

Staan op dun ijs en wachten
tot het dikker wordt.
Mijn schaatsen moeten wennen
aan het geknisper en ik,
ik ook.

Dus duw ik voorzichtig mijn
eerste voet langzaam in de
richting waar ik heen wil.
Niet te snel, het ijs ligt er nog
maar net en kan teveel nog
niet verdragen.

Ik wil mijn vakjes vullen en
sneller, harder, mooier schaatsen
maar besef dat mijn ijs moet
groeien, herstellen, dikker worden.

Mijn vakjes mogen nog
even leeg zijn
en zich vullen met het moment
Het ijs wordt vanzelf weer sterk
en krachtig
tot het mij en mijn leven
dragen kan.

De vakjes in mijn agenda
worden dan weer stipjes aan de
horizon.

Elastieken tijd

Ik ben één van die mensen die altijd te laat komt. In elk geval ben ik vaker te laat dan op tijd. Als ik op tijd ben, dan ook heel erg op tijd. Lees: een tijdsspanne goed genoeg om de omgeving te verkennen op zoek naar een coffee to go. Sinds mijn hoofd het wat vaker laat afweten ben ik in evenredig stijgende lijn ook slechter met de tijd. Door de chaos in mijn hoofd wijzer geworden, beheer ik met miniscule tijdblokken mijn agenda. Alles staat er in. Afspraken met mezelf en afspraken met anderen. Verjaardagen en andere belangrijke data waarop je geacht wordt iemand te feliciteren of een hart onder de riem te steken. Sportmomenten thuis en met anderen.

Toch neemt de tijd doorgaans een loopje met mij. Ik reken keurig terug wanneer ik moet vertrekken, eten, koffie zetten, aankleden, tandenpoetsen om zo op het moment te komen dat ik mijn wekker moet zetten. In mijn hoofd deel ik mijn activiteiten op in tijdsblokken. Het past altijd keurig. Tot het moment van vertrek. Plotseling is het net iets later dan gepland. Haastig jas aan, schoenen aan. Fietssleutel….waar is mijn fietssleutel? Graaiend in het bakje met sleutels pijnig ik mijn hersens. Wanneeer heb ik mijn fiets op slot gezet? Wat had ik aan? Van bakje ga ik over naar jaszakken en handtassen. Gevonden. Vijf kostbare minuten. Een half uur duurt het fietsen naar mijn afspraak. Tenminste, op een mooie zomerdag zonder wind, toen ik mijn tijden altijd klokte op mijn sporthorloge. Het waait. Een gure wind pal tegen. Onderweg kijk ik elke honderd meter op mijn horloge. Welke route is de snelste? Waarom weet ik dat nu niet meer? De minuten tikken sneller weg dan ooit. Mijn jas is te warm. Ineens stijgt het rood naar mijn wangen. Een mondkapje! Vergeten in de zoektocht naar mijn sleutels. Mijn telefoon zit gelukkig in mijn jaszak. Bellen tijdens het fietsen staat nog steeds een stevige boete op, dus ik stop en bel een vriendin. ‘ Kun je mij redden?’ Dat kan ze.

Verwoed trap ik op mijn pedalen. Ik denk aan het gesprek dat ik laatst had. ‘ De rek is er uit.’ Het betrof mijn hoofd. Stiekem moet ik lachen. De rek is dan misschien wel uit mijn hoofd, maar mijn elastieken tijd, die blijft!

Noot van de auteur: ‘djam karat’ betekent in Indonesië ‘ elastieken tijd’. Ik hou het er maar op dat een deel van mijn achtergrond meespeelt in bovenstaand verhaal, dat exemplarisch is voor mijn vele te laat kom momenten. De tijd zal het leren!

Als je hoofd het niet meer doet

Denken, piekeren, peinzen, beslissen. Het voelt verdoofd, verward en niet van mij. Sinds kort ben ik het vertrouwen kwijt in mijn hoofd. De buitenkant doet het nog prima. Ik zie er geen dag ouder uit dan ik ben. Mijn ogen kunnen nog lachen, al kost het steeds meer moeite. De rimpeltjes zijn nog vriendelijk. De binnenkant is een heel ander verhaal.
Een meneer die er verstand van heeft vertelde mij een aantal jaren geleden dat ik veel in mijn hoofd zit. Zijn pogingen om meer bij mijn voelen te komen stuitten op argwaan. Voelen, bedacht ik, doe ik wel in mijn eigen tijd. Ik vertrouwde op mijn hoofd. Op mijn denken, mijn intelligentie en mijn volstrekte vertrouwen dat mijn brein mijn beste vriend was.

Nu wil mijn hoofd niet meer. Het voelt alsof mijn hersenen mij voor de gek houden. Ik vergeet, ik pieker, ik kan de uitknop niet meer vinden. Het geluid van ademhalen aan de andere kant van de kamer is al te veel. Gesprekken worden snel een kakofonie van een massasprint. De herinnering aan wat gezegd werd dompelt zich onder in mist. Ik lijk de controle te verliezen.

In allerijl komt mijn gevoel om de hoek kijken. De meneer van weleer zou eens moeten weten. Alleen is dit niet wat ik wil voelen. Paniek. Verwarring. Boosheid. Onrust.

Het is de val. Met mijn hoofd op de plavuizen. Het is een trauma. Het ziekenhuis, de dood. Het is stress. Ik werk te hard, ik doe te veel. Te veel alleen. Alle ballen in de lucht. Ik weet niet wat het is. Ik weet alleen dat mijn hoofd overuren maakt en ik het stil wil zetten.

Rust. Ruimte. Niets. Even niets. Totdat mijn hoofd het weer doet.

De reis van mijn leven – intro –

Al geruime tijd heb ik het idee dat ik ‘ iets’ wil doen met mijn herinneringen aan van wat ik vind ‘ de reis van mijn leven’. Mijn huwelijksreis door Nieuw-Zeeland en Australië. Op de fiets, samen, ruim drie maanden lang met alleen fietstassen en een tentje. Het is ook een herinnering aan iets dat nooit meer terug komt. En de reden waarom ik reizen, vakanties en nieuwe avonturen beleven zo belangrijk vindt om te doen. Alleen of liefst samen met Rosa en Nonna. Mijn prachtige dochters. Onze prachtige dochters.

Het is misschien ook wel een stukje rouwverwerking. Ik was jong en we waren nog niet zo lang getrouwd toen Sjaak kwam te overlijden. Met twee kinderen van anderhalf en bijna vier was het vooral doorgaan. Niet teveel denken en vooral niet teveel voelen. Met af en toe een terugval toch vooral het positieve omarmen en blijven leven. Vooruit kijken. Dat is goed geweest en helpt je leven en overleven. Toch voel ik nog steeds het gemis. Ik merk sinds kort dat schrijven mij helpt. Soms met humor, soms ook met de emoties die ik in het dagelijkse leven niet snel laat zien. Ik zeg weleens: ‘ Ik schrijf beter dan dat ik praat’.

Tijdens onze reis hadden wij nog geen digitale camera of smartphone. De beelden zijn dia’s in dozen opgeslagen. We hielden trouw een reisdagboekje bij. Om beurten schreven wij dagelijks ons verhaal. De route en afstanden hielden wij achterin bij. Samen met de Lonely Planet Cycling New Zealand en Cycling Australia plus een ouderwetse landkaart vormt dit prachtig materiaal om mijn herinneringen te beschrijven.  Dertien weken lang elke week een verslag. Mijn herinneringen gecombineerd met de letterlijke tekst uit het reisdagboek. De reis van mijn leven. Om vrij vertaald met Icarus te spreken: ‘ soms is de reis mooier dan de eindbestemming’.  

Een zonnige dag ergens in de zomer van 2001. We zitten op een terras. Lunchtijd. We zijn collega’s bij de gemeente Amsterdam. Ons werk bevindt zich op de vierde en vijfde verdieping van het overheidsgebouw met de drie Andreaskruizen. Onze relatie begon daar. Na twee jaar kijken en knikken maakten we ons eerste afspraakje tijdens een borrel van de baas. ‘ Jullie moeten maar eens met elkaar gaan fietsen’ zo sprak een collega. De afspraak stond en van het één kwam het ander.

Binnen een half jaar trok ik bij je in, van Oud-West naar Oost, toen nog een plek waar men niet wilde wonen als jonge tweeverdiener. Behalve jij. Want na de H-buurt in Zuidoost was het nieuwbouw appartement in Oost een walhalla. Mijn liefde voor jou overwon de liefde voor Oud-West. Jouw spullen verdwenen grotendeels aan de straat, waar de junks zelfs het zware stalen bureau meedroegen naar hun onderkomens. Mijn IKEA-interieur nam jouw studentikoze inrichting over.

Na zeven maanden vroeg je mij ten huwelijk. Jij, de verstokte vrijgezel met een batterij aan ex-en waar ik stiekem wel een beetje wantrouwend tegenover stond. Ik was toch niet de volgende? Mijn onrust groeide toen ik bij mijn eerste ontmoeting met jouw familie tijdens Sinterklaas de chocoladeletter V kreeg. ‘ De V van Vriendin’ kreeg ik te horen. De namen konden ze namelijk niet meer onthouden dus was dit wel zo makkelijk. Ik nam het aan voor Noord-Hollandse nuchterheid.

Op zondagochtend in bed, tijdens het lezen van de krant vroeg je het. Met die eerder genoemde Noord-Hollandse nuchterheid. Geen rozen of vioolmuziek, geen kaarslicht en geen gedoe. Jij vroeg het en ik zei ja.

Zo zaten we dus een paar maanden later op het terras een broodje te eten. We filosofeerden over onze huwelijksreis. We waren het er snel over eens. Ver en lang moest het zijn. En jij, als vervente wereldfietser met de Himalaya en Zuid-Amerika al achter de rug, besloot: op de fiets. Voordat we ons broodje op hadden lag het plan er. Nieuw Zeeland, in maart, april en mei van 2002. Na het afrekenen liepen we samen door naar personeelszaken. Boter bij de vis. ‘Kunnen wij 13 weken vrij krijgen?’ Binnen tien minuten kwam het antwoord. Akoord! Ons plan werd werkelijkheid.

1 maart 2002 trouwden we onder een strakblauwe koude voorjaarslucht. Twee dagen later stonden we, met onze fietsen in kartonnen dozen, klaar voor vertrek. Voor de reis van ons leven. Die eigenlijk al begonnen was tijdens ons eerste afspraakje.

 

Vakantieherinneringen

Vakanties zijn voor mij vooral veel goede herinneringen. Vakantie staat voor mij in het teken van vrijheid, los van verplichtingen, van reizen en nieuwe plaatsen ontdekken. Je thuis voelen op vreemde plaatsen en je andere gewoonten eigen maken (de siësta is daar een heerlijk voorbeeld van).  Het begint voor mij al bij het bedenken waar we heen gaan. Thuis hebben wij een wereldkaart met speldjes in verschillende kleuren. Een kleur voor de landen en plaatsen waar wij met z’n drietjes geweest zijn. Een kleur voor de plaatsen waar ik alleen (of met een oude liefde) geweest ben. Een kleur waar ik met Sjaak ben geweest. En, misschien wel de belangrijkste kleur, die waar we nog allemaal heen zouden willen gaan.

Dit jaar werd het Zwitserland. Het speldje op de kaart was er eentje van mij en Sjaak samen. En eigenlijk ook eentje van mij alleen. In mijn vroege jeugd bracht ik heerlijke zomer- en wintervakanties door in Isenthal, een bergdorp van circa 400 inwoners vlakbij het Vierwoudstedenmeer. In de oude gele Toyota Corolla reden wij, mijn ouders, jongere zusje en ik, met de kofferbak vol pakken koffie, koekjes en ander etenswaar in twee dagen naar onze bestemming. Meestal overnachten we in een Duits pension waar ik mij nog de enorme schnitzels van kan herinneren. Voor een kindermenu trok ik mijn neus op. Ik wilde schnitzel met doperwten en frites! In het Zwitserse dorp logeerden we in het chalet van boer Hans, vrouw Ida en zoon Theofiel. Pas veel later begreep ik de aparte gezinssamenstelling. Hans en Ida waren broer en zus. Zoon Theofiel was geadopteerd. Als kind vond ik dat volstrekt normaal en heb mij dan ook nooit verwonderd.

Nadat mijn vader de kanariegele Toyota de haarspeldbochten door gemanoeuvreerd had, zagen we als eerste het kerkje en de lokale supermarkt annex dorpscafé opdoemen. Terug denkend aan die tijd herinner ik mij als beste de roze ijsjes die naar uien smaakte. Waarschijnlijk werd de vriezer voor de hele wintervoorraad gebruikt. Ik herinner mij het melken van de paar koeien door boer Hans. gewoon met de hand, gezeten op een houten driepoot. De lauwe melk, met vel, kregen we mee in een pannetje. Ik geloof niet dat ik er ooit een slok van genomen heb.

Voor onze eerste skilessen kregen wij oude skies van de boer te leen. Die had hij vast nog van zijn grootvati! Je moest de geleende bergschoenen met riempjes vastsnoeren. Er kwam geen snelsluiting of binding bij te pas. Pas een jaar later kochten mijn ouders bij een grote supermarkt echt skischoenen en skies. Feloranje met zwarte letters. Wat waren wij trots!

Skiles kregen wij van een man met een grote snor. Geen idee wat hij in de zomer deed, maar ik vermoed iets met koeien. De les bestond uit het van de enige helling met sleeplift die het gebied rijk was, achter de skileraar aan glijden. Later begreep ik dat er ook iets bestond als blauwe, rode en zwarte pistes. Deze piste ging vooral heel steil naar beneden. Jarenlang heb ik een trauma gehad van sleepliften. Na ontelbare keren halverwege uit de lift getuimeld te zijn, waarna ik kon zoeken naar stokken en skies en daarna moederziel alleen aan mijn toch naar boven begon, droomde ik tot ver in mijn tienerjaren over op hol geslagen skiliften. Het heeft heel wat wintersportvakanties geduurd voordat ik het trucje door had.

Zwitserland dus. De kinderen wilden ergens heen waar ze nooit eerder geweest waren en omdat Hawaii, New York en Los Angeles wat boven het budget lagen, werd het een weekje Zürich. Het toeval wilde dat ik in die week ook nog jarig was en de Ironman plaats vond in die week.  Zomer in Zürich overtrof zelfs mijn stoutste verwachtingen. Een azuurblauw meer met kristalhelder water, een appartement aan een snelstromende rivier waar dag en nacht kinderen, ouderen, honden en aanverwante dieren op luchtbedden, eenhoorns en bootjes compleet met barbecues en koelboxen de rivier afdaalden. Drinkwater uit de fonteinen. Wat wel zo handig was omdat Hawaii waarschijnlijk goedkoper was geweest qua drankjes op de terrassen. Leeglopen kun je in Zwitserland letterlijk, qua geld!

En toen was ik jarig. Ik mocht de dag zelf invullen, zoals bij ons al jarenlang de gewoonte is en ik dacht aan vroeger. Isenthal, Altdorf, Luzern. Plaatsen met de zoete herinneringen uit mijn kindertijd. Gekleurd door de tijd, dat wel. We reden in de middag richting Luzern, dat prachtig ligt aan het Vierwoudstedenmeer. Ik juichte als een kind en probeerde mijn meisjes te overtuigen van al het moois dat we zagen. Gelukkig deed de omgeving genoeg. Bergen wilden ze zien. We besloten de grote weg te verlaten en richting Engelberg te rijden. De naam kwam mij bekend voor en tot aan het dorp dat op 1000 meter hoogt tussen de bergreuzen in ligt, dacht ik nog steeds aan mijn kindertijd.

Engelberg. De berg van de engelen. De naam kan niet mooier. Alsof de mist mijn herinneringen vervaagd had, zo kwam ook de zon weer tevoorschijn. Begin 2005. Rosa is nog geen anderhalf jaar oud. Wij rijden in onze oude Ford Mondeo naar de sneeuw. Een week lang genieten van elkaar. Ons kersverse gezinnetje van toen nog twee grote mensen en een kleintje. Ik herinner mij ineens de toch naar boven met de kabelbaan. IJzige kou op ruim 3000 meter hoogte.

We maken de tocht met de kabelbaan opnieuw. Nu vanuit een dal met uitzicht op koeien en geiten met met vertrouwde geklingel van de bellen om hun nek. Er zijn dingen die niet veranderen. Rosa en Nonna genieten. Ons gezinnetje van nu een groot mens en twee ‘kleintjes’. Boven rollen ze in korte broek in de eeuwige sneeuw. Ik denk aan februari 2005.

Waren sommige dingen maar voor eeuwig.

 

 

 

Deze is voor jou

fullsizeoutput_c5c7

Zondagavond. Ik ben nog laat een rondje hard gaan lopen. Zware benen en eigenlijk te moe. Ik moest af en toe zelfs een stukje wandelen. Tijdens het lopen door het park, langs het water, weer terug richting IJburg, dacht ik aan jou. Zoals ik eigenlijk heel vaak aan je denk. Niet altijd bewust, maar toch. Het laatste stukje wandelend naar huis, ons huis, in onze straat,  schreef ik in mijn hoofd een verhaal voor jou. En bedacht dat ik een blog zou gaan schrijven voor jou. Over jou. En ik drink mijn favoriete wijn. Wild Rock, Sauvignon Blanc, New Zealand staat er op het etiket. De wijn met de mooiste herinneringen. Want ik was daar met jou.

Vandaag 11 jaar geleden was onze laatste dag samen. Het was een zondag, net als vandaag. De zon scheen, net als vandaag. We wisten dat het eraan zat te komen, die dag. Toch kwam hij onverwachts en liet mij verdoofd achter.

De tijd heeft gaten geslagen in mijn herinnering. Ik weet dat het middag was. Je lag daar in onze woonkamer. Het was heel gek. De avond ervoor keken we samen een dvd, zoals we dat de laatste weken elke avond deden. De moord op Kennedy, of zoiets. Je vroeg je af wie nu de echte dader was. De dag daarna was het stil. Voor jou stond de tijd voor altijd stil.

Vandaag was ik met onze dochters in Bergen, bij jouw graf. We kochten bloemen bij de Deen. Ik heb jaren lang de duurste en mooiste bloemen gekocht voor je. Vandaag deed ik het anders. Ik stond daar in de supermarkt en zag een Noord-Hollands veldboeket. Het was prachtig en nuchter. Net als jij. Met de meisjes reed ik naar de begraafplaats waar zij inmiddels bijna hun hele leven al regelmatig komen. Nonna had het vogelhuisje, dat zij afgelopen maakte op Lesbos van gevonden stukjes hout op het strand, meegenomen. Vlak voor we weg gingen maakte zij nog een hapje voor de vogels. Gehakte walnoten, lijnzaad en pindakaas. Het ging mee in een geel plastic bakje. Met haar vingers smeerde ze het uit op de bodem van het huisje. Een echte Gieling, dacht ik bij mezelf.

We praten niet vaak over jou en de dood. Wel over jou, maar dan de grappige dingen. We stonden bij jouw graf en ik vroeg ze of ze weleens dachten over jou en waar je nu was. Geloofden ze in ‘ iets’ na de dood? Onze jongste dochter zette haar wetenschappelijke gezicht op en begon over atomen die altijd bleven bestaan. “Dus”, zei ze tegen haar grote zus, “het kan best zijn dat jij bestaat uit de atomen van heel veel andere mensen”. Ze trok er een wijs gezicht bij. Onze oudste dochter dacht diep na. ” Dat vind ik wel een gek idee. Zitten er ook stukje van papa in mij dan?”  Ik vertelde dat ze allebei uit de helft van jou en mij bestaan. Ik drukte het maar een beetje plastisch uit. De zaadcel en het eitje plus DNA. Inmiddels weten ze wat het betekent. Onze oudste begon te vertellen. ” Ik denk wel vaak dat ik op jou lijk, mama, omdat jij de enige bent, waarmee ik mezelf kan vergelijken. Maar ik kan natuurlijk ook op papa lijken. Alleen dat weet ik dan niet precies want ik zie niet hoe hij was. ” Ik keek haar aan en zag jou. Een filosoof en een kleine wetenschapper. Het beste van beide werelden. Twee dochters, zo verschillend van elkaar en zo passend bij elkaar. Jij en ik in de twee mooiste creaties die je je maar wensen kan. Of het nou atomen zijn, of DNA of de geesten waar de vriendinnen van de oudste het graag over hebben. Als ik naar ze kijk zie ik ons samen. Geen kopieën maar twee unieke jonge mensen. Een beetje van jou en een beetje van mij. Maar o zo van zichzelf. Je zou er trots op zijn, dat weet ik. En als er een kleine kans is dat je ergens tussen hemel en aarde af en toe een kijkje komt nemen dan weet ik zeker dat er een glimlach op je gezicht verschijnt.

Na ons gesprekje zijn we in Bergen op het terras gaan zitten.  Vlakbij jouw oude stamkroeg die ik ze heb aangewezen. We liepen langs Busker, waar ik ooit een mountainbike huurde voor een rondje in de Schoorlse duinen met jou. Het dorp waar jij opgroeide en zoveel mooie verhalen over vertelde.

Op weg naar huis waren we stil. Thuis gekomen gingen de meisjes aan hun huiswerk en ik viel in de tuin in slaap. Na het eten, wat werk en een aflevering Friends besloot ik nog een rondje te gaan rennen. Ik ga meedoen aan een triatlon, weet je. Een kleintje hoor, maar toch! Zwemmen, fietsen, hardlopen. Alles waar jij goed in was. Ik zie je nog in de hoge golven van de Atlantische Oceaan duiken in Portugal. Of zwemmen met de dolfijnen in Nieuw Zeeland. Op je oude fiets de Mont Ventoux op. Luik Bastenaken Luik, ik had geen idee en jij deed het alsof je een rondje Ronde Hoep reed. Later naar Peru, Equador en de Himalaya met je beste vrienden. Met mij naar Bali, Nieuw Zeeland en Australië. En na het werk tochtjes in de buurt. Op de racefiets, mountainbike of randonneur. Samen rondjes Gaasperplas rennen. De Dam tot dam loop en jij de halve marathon van Amsterdam. Op oude schoenen, verschoten sportbroekje. Daar ging je.

8a0eb0b2-2a8c-42b2-91de-4906889b70e4

Vanochtend zwom ik voor ons huis in de gracht. Een minuut of wat had ik het te pakken. De slag, het ademen, ik voelde me door het water glijden.

11 jaar later. Het hele leven van een jong kind. Een fractie in de eeuwigheid. Ik drink er eentje op jou. Dank je wel voor wat wij samen hadden. En wat je achterliet. Proost!