Emoties

De laatste blog die ik schreef is alweer een paar maanden terug. Een paar maanden. Soms zijn ze voorbij in een fractie van een seconde, soms duren ze een eeuwigheid. Op 12 mei rende ik de halve marathon van Utrecht voor een goed doel, het KWF. Maar vooral voor een jongetje van net zes jaar oud, Lester.

Een maand verder. Het gaat niet goed met Lester. Helemaal niet goed. Dat heeft op iedereen in zijn omgeving enorme impact. Niet in het minst bij zijn ouders. Emoties. Iedereen kent ze en iedereen gaat er anders mee om. Emoties worden omschreven als gevoelens die door een bepaalde situatie opgeroepen kunnen worden. In dit geval een vreselijke situatie, waarvan je al snel denkt dat niemand er tegen opgewassen is.

Verdriet doet rare dingen met mensen. Boosheid, vreugde en angst trouwens ook. Als ik naar mijzelf kijk, dan zie ik uiterlijk nooit zoveel. Ik ben niet iemand die extreem boos, blij, bang of verdrietig is aan de buitenkant. Emoties zijn niet altijd in iemands gedrag of expressie te herkennen. Dat betekent niet dat ze er niet zijn.

Veel emoties zijn te herkennen in de liefde. Liefde is een intense emotie. Het is ook een subjectieve emotie. Waar de één liefde voelt, kan de ander hoogstens sympathie opbrengen. Waarbij we ook nog het onderscheid moeten maken tussen liefde en verliefdheid. Die laatste is, als je het sterk reduceert, een sterke chemische reactie in de hersenen. Maar wel eentje die sterke emoties kan laten zien.

Toen ik jonger was, verwarde ik liefde met verliefdheid. Als ik dat door zou trekken naar het heden heb ik veel liefdes gekend. Met het ouder worden begin je het onderscheid te maken tussen liefde en verliefdheid. Allebei is overigens nog steeds heerlijk. Mijn grootste liefde is nog steeds de vader van mijn kinderen. Mijn diepste liefde is die ik heb leren kennen sinds de geboorte van diezelfde kinderen. Liefde heb ik ook voor mijn sport, zij het wat minder intens. Liefde voor vrienden en familie, voor eten, voor reizen en avonturen beleven. Liefde voor het leven zelf.

Alle soorten van liefden wekken emoties op. Zeker als de liefde je wordt afgenomen, op welke manier dan ook. Met je ratio kun je na verloop van tijd je wonden likken en verder gaan. Alleen die ene, allesomvattende liefde voor je kinderen. Die zou niemand af mogen nemen. Zelfs al blijft die liefde voor altijd in je hart en in je diepste gevoel bestaan.

Dat is de oneerlijkheid van het lot.

 

Rennen voor Lester

Lester is een vrolijk, slim joch van vijf, bijna zes. Heel veel ouder zal hij niet worden. Dat hebben zijn ouders pas gehoord.

Vlak na zijn vierde verjaardag, belde zijn moeder mij. Ik weet het nog goed. Ik stond voor de ingang van het hoofdbureau van politie in Den Haag. Een statig gebouw tussen de ambassades in. Ik had een afspraak met mijn leidinggevende daar over mijn toekomst.

Ik had al meerdere gemiste oproepen van haar. We zouden koffie gaan drinken de dag erop. Ze belde niet zomaar was mijn gevoel. ‘Lester had pijn in zijn been tijdens de vakantie op Curaçao en was hangerig’ vertelde mijn vriendin. Na een bezoekje thuis aan de huisarts, een onderzoek in het OLVG West en een directe doorverwijzing naar het Prinses Máxima Centrum was het duidelijk. Lester kreeg de diagnose ‘neuroblastoom fase 4’ . Ik had er nog nooit van gehoord. Het blijkt één van de meest agressieve vormen van kanker bij jonge kinderen te zijn. Hoe ouder, hoe minder kans van overleven. Oud is in dit geval een relatief begrip. Vier was oud, begreep ik.

Lester ging een zware periode tegemoet. Zijn ouders misschien nog wel zwaarder. Onzekerheid, leven met de dag, wachten op uitslagen, eindeloze ziekenhuisbezoekenen opnames, Lester troosten en steunen bij alle pijnlijkebehandelingen, dagelijks aanmoedigen om heel vieze medicijnen te nemen, elke dag zorgen om het eten dat zo moeizaam ging. Spelen in het ziekenhuis (als er energie genoeg voor was).

Pappa bleef werken en zorgde thuis voor Lesters broertje, die acht maanden oud was toen de diagnose werd gesteld. Samen gingen ze zo vaak als ze konden naar het ziekenhuis, ook om mamma’s afgekolfde melk te halen. Met hem ging het gelukkig goed. De spannende tijd na zijn geboorte in het ziekenhuis was voorbij. Lesters broertje bleek een zeldzame aangeborenaandoening te hebben, het PraderWilli syndroom. Daarmee begon het medische leven van het gezin van mijn studievriendin.

Mijn eerste bezoekje aan het Prinses Máxima Centrum, toen nog gevestigd in het Utrechtste Wilhelmina Kinder Ziekenhuis, was confronterend. Kleine kinderen aan ‘palen’ door de gang rennend, kale koppies in de armen van hun ouders. Ik herinner mij nog goed de kamergenoot van Lester. Een jaar ouder en een jaar verder in de behandeling vond hij zichzelf erg groot en wijs. ‘ Kan hij niet even stoppen met huilen?’ wees hij naar Lester. Van Lesters moeder hoorde ik laatst dat hij een jaar geleden is overleden.

Wanneer ik het terrein afsloeg naar de afdeling van Lester, was daar een grote bouwput. Ik leerde al snel dat daar het Prinses Máxima Centrum zou komen. Een mooi, nieuw gebouw waar kinderen en ouders hun eigen kamer kregen zodat in moeilijke tijden ze ook hun privacy zouden hebben. Op 18 mei 2018 werd het centrum in gebruik genomen. Lester was één van de eerste patiëntjes. De kamers waren ruime en lichte tweekamerappartementjes, met een balkon en de broodnodige privacy. Nu konden Lesters pappa en broertje ook soms blijven slapen.

Met Lester ging het eigenlijk best goed. Als je de talloze pijnlijke, vervelende behandelingen en de nare bijwerkingen niet meerekende. Hij hield zich steeds vaker sterk voor de zoveelste prik, MRI-scan, narcose, chemokuur en verder gepruts aan zijn kleine lijf. Er gloorde hoop aan de horizon.

Tot het najaar 2018. Op de dag dat Lester zijn ‘bloemkraalceremonie’ zou krijgen kwam het slechte nieuws. Er was toch een klein plekje gezien. Alsdonderslag bij heldere hemel. Met zon snel recidief zijn de kansen uiterst klein, maar Lesters ouders gaven de hoop niet op. Lester zou mee doen in een experimentele studie. Maar dat werkte niet. De kanker was hardnekkig.  

Oud & Nieuw 2019.

Wij vierden het met dubbele gevoelens. Lester was de hele middag en avond overactief rondjes aan het rennen en had het prima naar zijn zin met mijn dochters. Het voelde vreemd om elkaar een ‘gelukkig nieuwjaar’  te wensen om 12 uur ’s  nachts. We deden het toch en trokken de champagne open.

Tot deze vrijdag. Een FaceBook bericht over de (halve) marathon van Utrecht had mijn aandacht getrokken. Ik zocht nog naar een leuke halve als training voor mijn traithlon’s. En waarom het rennen niet verbinden aan een goed doel? Het was 1 maart, mijn trouwdatum. 17 jaar geleden. Vijf jaar getrouwd geweest. Tot kanker een einde maakte aan mijn huwelijk. Een mooie symbolische dag om het KWF te steunen. Ik las verder en zag dat dit jaar het sponsorgeld naar het Prinses xima Centrum zou gaan. Ik dacht aan Lester en appte zijn moeder. Mag ik iets over Lester vertellen? Ik hoorde niet direct iets terug.

‘s Avonds lichtte mijn telefoon op. In de groepsapp van Lester verscheen een bericht. De uitslagen van de nieuwe scans waren negatief. De ziekte is nog steeds actief en heeft nieuwe plekjes gemaakt. De tumor in Lesters been is weer groter geworden. Dus ook het nieuwe medicijn dat Lester zes weken lang moedig heeft geslikt heeft geen effect gehad. Alle hoop is vervlogen. Tijd rekken en genieten van de dagen die hij nog heeft is de boodschap.

Zoals Lester zijn er jaarlijks 600 kinderen die kanker krijgen. 1 op de 4 overleeft het niet. In 2014 namen zorgprofessionals en ouders een initiatief dat leidde tot het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Met een heldere missie: ‘ieder kind met kanker genezen, met optimale kwaliteitvan leven’.

Helaas is het zover nog niet. Daarom is er nog steeds geld nodig voor onderzoek. Uniek is dat zorg en onderzoek hand in hand gaan bij ‘het Máxima’. In hun heldere missie en visie leggen zij uit wat dit betekent voor kinderen en hun ouders.

Voor Lester en zijn ouders en broertje biedt het Máxima nu nog de beste zorg en naar ik hoop ook nog zoveel mogelijk kwaliteit van leven. Voor Lester te kort. Veel te kort. Voor andere kinderen, met steun van donaties van vrienden, familie, collega’s, kennissen en zelfs onbekenden misschien nog hoop. En in de toekomst de missie volbracht.

Op zondag 12 mei loop ik 21 kilometer voor Lester. Het geld dat ik daarmee ophaal gaat naar het Prinses Máxima Centrum. Vóór kinderen, tegen kanker. Namens Lester, zijn mamma en pappa en zijn broertje van twee, bedankt voor je bijdrage. Het helpt!!

De kick van een triathlon

47b25e2a-36fe-4bb9-9c2e-f1c0cb04dd30

En dan sta je ineens in de Margriet. Volgens betrouwbare bron één van Nederlands grootste en oudste weekbladen. ‘Voor vrouwen van alle leeftijden’ zegt Wikipedia. In mijn beleving is, tot op de dag van vandaag, de Margriet een blad dat mijn tantes lazen (en misschien nog steeds lezen) toen ik jong was. Ik las liever de Viva. En later, toen ik wat meer te besteden had, de Cosmo. Mijn jongste dochter leest trouwens nu de Cosmo Girl. Het bestedingspatroon is mee geëvolueerd.

De Margriet dus. Een interview in de rubriek Happy & Healthy waarin ik vertel over over de kick van triathlon. Want dat geeft het mij nog steeds, een kick! Na mijn tweede sprint triathlon in het najaar, besloot ik ervoor te gaan. Coach Josta deed mij een mooi aanbod. Zij zou mij coachen door voor wekelijkse trainingsschema’s te zorgen, ik mocht deelnemen aan haar trainingen en we zouden toewerken naar de Ironman Olympische Afstand in Zürich in de zomer van 2019. Al snel werd het doel verlegd. Na Zürich komt Mallorca. Een halve triahtlon in het vooruitzicht vergt een serieuze aanpak!

De econmische crisis vond, en vindt, zich vooral plaats op mijn bankrekening want oh, wat kun je je verliezen in deze sport. Inschrijfgeld voor een wedsttijd loopt al gauw tegen de vijftig euro en voor een wat grotere wedstrijd al snel richting de tweehonderd euro. Dan is er nog de coaching, het trainen in een groep, de kleding (winterkleding blijkt voor rennen en fietsen toch ook wel handig), toch nog een nieuwe helm, een metertje voor op de fiets (ik weet nu wat RPM is dus dan wil ik dat wel bijhouden). En dan doe je een bikefit. Als absolute beginner kocht ik in het voorjaar een in mijn ogen prachtige racefiets. Ik vond het een wereldschokkend bedrag dat ik uitgaf, niet wetende dat sommige triathleten met gemak het drie of viervoudige uitgeven. Trots heb ik deze zomer wat tochtjes gemaakt op mijn Liz. Fietsen hebben namelijk een naam, net als auto’s. Ik moet zeggen dat ik het heel vermoeiend vond, die ritjes buiten. Ik weet het aan mijn ongetraindheid en daar zit ook best een grote kern van waarheid in. De bikefit dus. Voor de echte leken onder ons: dat is een meting van zo ongeveer alle onderdelen van je lichaam. Stukjes arm, stukjes, been, hele benen, romp, handen, totale lengte, etc wordt gemeten. Al die gegevens stopt men in een computer en daar rolt een fiets uit. met de perfecte maten! Volgens de bikefit dus, was ik redelijk in proportie. Wel erg klein, maar dat was geen nieuws. Voor mij althans. Mijn fiets mocht mee en werd ook gemeten. Helaas waren wij geen match, Liz en de computerfiets. Liz is te groot. Of ik te klein. het is maar net hoe je het bekijkt. De economische malaise duurt nog even voort, gezien het feit dat Liz inmiddels op internet in de uitverkoop is gedaan. Ik hoop dat Liz een mooi tweede thuis krijgt. En ik een passende nieuwe Liz.

7c871012-4ac7-4cdb-a12f-c9ac573ec709

Intussen kijk ik uit naar mijn trainingsweek op Lanzarote. Want ja, er is volop keuze in trainingsweken op prachtige eilanden waar de zon schijnt als wij hier dieper onder onze dekbedden duiken. Wie wil dat nu niet? Dus heb ik een volledig verzorgde week geboekt naar het trainingswalhalla voor triathleten. Zwembad voor de deur, zee in de verte, ruime asfaltwegen door de bergen en, dat stond niet in de flyer, altijd wind. Laat ik daar nu een bloedhekel aan hebben! Wind doet mij denken aan eindeloze fietsritjes naar school. Altijd wind tegen. Heen en terug. Op een tweedehands gifgroene fiets, Te groot. Toen al.  De fietskoffer (waar is de tijd dat je gewoon een kartonnen doos om je fiets deed?) is gehuurd, de paklijst en het trainingsschema kreeg ik per mail. Ik heb de bijlage nog niet geopend. Ik ben bang dat ‘relaxen’ niet in Excel past. Op mijn telefoon heb ik de weer app van Lanzarote al tevoorschijn getoverd. Warm is het zeker, dat scheelt.

Terwijl ik dit stukje tik aan de keukentafel zie ik in mijn ooghoek het aangeschafte whitebord staan. Keurig per week en per sport een schema. Wat ik welke dag moet doen, ik kan er (letterlijk) niet omheen. Ik zie, en weet, dat vandaag ik nog had moeten fietsen. Drie kwartier op de Tacx, binnen. Het is er niet van gekomen. Ik moest naar de Albert Heijn, de laatste Margrieten scoren! En daarna een blog schrijven, want er staat namelijk in een van de eerste zinnen dat ik ‘ oprichter’ ben van mijn blogjes. Dan kan ik vrouwelijk Nederland niet zonder laten zitten.

En waar is die kick dan, hoor ik je denken? Die kick van triathlon? Het kost tijd, het kost (heel veel) geld, je wordt er best heel moe van, je ‘moet’ bijna elke dag trainen. De kick komt vaak als je er niet aan denkt. Afgelopen zaterdag wilden mijn dochters mee naar de Watt bike training. Een soort spinning. Binnen knallen op een fiets. Denk type hometrainer uit de Wehkamp van vroeger. Ik waarschuwde dat er na het fietsen ook nog een duurloopje op het programma stond. Ik pakte een tas met kleding in en we fietsen in de vroege ochtend naar het sportcomplex. Drie kwartier later zag ik alleen nog maar verhitte hoofden en bezwete lichamen. We trokken onze loopkleding aan. ‘ Weten jullie het zeker?’  vroeg ik. ‘ We gaan nog drie kwartier lopen.’ We gingen op weg. In rustig tempo liepen we richting het water. De zon scheen en je hoorde alleen de hijgende ademhaling van ons groepje. De lucht was helder en blauw. Ik liep met mijn dochters samen, buiten. Ik was blij. De endorfines deden hun werk. Zo’n moment. Dat is de kick die traithlon heet. Voor mij niet alleen de wedstrijd, het neerzetten van een goede tijd. Op zaterdagmorgen met mijn dochters fietsen en rennen. Samen. Op weg naar Zürich. Op weg naar Mallorca. De reis ernaartoe is alles waard.

 

Powervrouw

IMG_2443

Een paar weken terug alweer postte mijn triathloncoach een bericht op Facebook: de ‘power woman van de week’. Mijn foto lachte mij tegemoet. Ik had hem haar zelf gestuurd. dat wel. Ik werd een beetje verlegen van haar verhaal erbij. Alleenstaande moeder met twee puberdochters…. spannende sportieve doelen voor het nieuwe jaar. Power woman. Het klinkt wel stoer.

Er zijn van die momenten dat ik mezelf ook zo voel. Net na een training, als de endorfines en adrenaline door mijn lijf gieren. Dan voel ik mij nog steeds om en nabij de 20. Net zoals mijn aardige TomTom app zegt. ‘ Uw fitness leeftijd is….(sterretjes) 20! Gefeliciteerd en ga zo door; je kunt je VOmax nog verbeteren.’ Tot voor kort had ik geen idee wat dat was, een VO max, maar sinds ik vorige maand een sporttest heb gedaan, weet ik dat het iets zegt over mijn conditie. Of zoiets. Die leeftijd daarentegen, die spreekt mij wel aan! Powervrouw. Als de wekker gaat en mijn trainingsschema zegt dat er een ‘ ochtendloopje’  op het programma staat, duik ik het liefst nog veel dieper weg in mijn warme dekbed. Met veel moeite krijg trek ik mijn hardloop kleding aan. Ik werk een beetje yoghurt of een banaan naar binnen. Trotseer de eerste kou bibberend. Als ik dan een beetje warm gelopen ben, dan voel ik mij stiekem ook wel een power woman. Stiekem.

Er zijn zelfs van die dagen dat alles zo voelt. Als ik ’s ochtends in alle vroegte ontbijtjes maak, mijn eerste mailtjes weet te beantwoorden en met mijn verse cappucino voor de files de auto in duik. Als ik op mijn werk nuttige dingen doe en ik ondertussen tijd vind om mijn meisjes succes te wensen met hun proefwerken. Als ik na het werk boodschappen doe, met mijn jas nog aan sta te koken en luister naar de verhalen van mijn dochters. Als ik de wasmachtine aan het werk zet, huiswerk overhoor en vervolgens op weg ga naar het zwembad om tot de late avond onderworpen te worden aan het strenge regime van mijn triathloncoach. Als ik tegen middernacht met natte, warrige haren weer onder mijn dekbed verdwijn. Dan voel ik mij een power woman. Stiekem.

Er is altijd een andere kant van de medaille.

Bijvoorbeeld die woensdag begin november. Na mijn halve marathon eind oktober verkeerde ik in hogere sferen. Ik schreef mij in voor talloze loopjes in de herfst en wintermaanden en dacht na over ‘de halve van Egmond’. Die woensdag dus. Voor mijn werkafspraak zou ik nog een uurtje kunnen rennen. Het was heerlijk weer dus vol goede moed begon ik. Al tijdens de eerste kilometers voelde ik een vreemd gevoel in mijn linker enkel. Powervrouwen geven niet zomaar op, dus liep ik door. Halverwege stopte ik toch even om een paar minuten te wandelen. De pijn werd niet minder, eerder erger. Toen ik aanzette om weer verder te lopen deed het helse pijn. Ik was net op het verste punt van mijn rondje, dus stoppen had geen zin. Dacht ik. Uiteindelijk kwam ik hinkend en strompelend thuis aan. Dit voelde niet goed! Direct de dichtsbijzijnde fysio gebeld. ik kon de volgende ochtend terecht. Inmiddels kon ik niet meer lopen en hinkelde het huis door. Vier trappen op en af waren geen pretje, powervrouw of niet. Na bezoek aan fysio, sportmasseur en sportarts zat ik thuis met een doos pijstillers en ontstekingsremmers. Rennen kon ik wel vergeten.

En dan is het herfst. Weg zon, weg stralende blauwe luchten. Grijs is niet mijn kleur. Nooit geweest ook. Het is donker als mijn wekker gaat en donker als ik thuis kom. Ik heb geen zin meer in gezonde salades en frisse bakjes kwark. Die zak M&M’s smeekt om opengemaakt te worden. De muffin’s bij de bakker kijken mij dringend aan. ‘Eet mij! Eet mij!’ lijken ze te roepen. Mijn zomerse sixpack verbergt zich langzaam maar zeker onder een warm dekentje.

Gelukkig is daar, in de winterse duisternis, mijn triathlon coach. Degene die mij powervrouw noemt. En zelf een powervrouw is! Met haar roedel van twee kleine kinderen, twee witte herders en een man leidt ze haar bedrijf en spoort ze mij een paar keer in de week aan om ‘ toch nog even dieper te gaan’. Tot het zweet letterlijk uit mijn ogen loopt.

Power woman. Soms wel, soms helemaal niet. Alleen is eerlijk gezegd ook best zwaar. Het heeft ook zo z’n voordelen (ik ben de baas en overleggen hoeft niet) maar kost ook bakken met energie. En eerlijk is eerlijk, ik had het liever samen gedaan. Je hebt het niet altijd voor het kiezen. Dus doe je je best. En soms een beetje beter dan je best. En dan is daar soms dat moment. Je loopt, je fietst of je zwemt en je voelt het! De flow, de cadans, de kracht of energie. Het maakt niet uit hoe je het noemt. Ik noem het triathlon!

95f9671f-80f4-4241-a670-f1c7d32c65c5

 

Het avontuur tegemoet

Tijdens het lopen vanochtend filosofeerde ik wat over mijn nieuwe plannen. Sportieve plannen, plannen op het gebied van mijn werk, plannen waar ik al mee bezig ben (de ‘doe’ fase), vakantieplannen. Ik kwam tot de ontdekking dat ik altijd wel bezig ben met (nieuwe) plannen. Tijdens een opleiding van mijn werk, afgelopen week, maakte ik een kwadrant. Iets in het kader van groepsdynamica en kennismaken met elkaar. Het vierde kwadrant ging over ‘jouw perspectief’. Ik schreef het eerste op wat mij te binnen schoot: ‘Avontuur’.

IMG_1858
Het kwadrant

Nu ben ik niet van het bungee jumpen en parachute springen zul je mij ook niet zien doen. Hoogtevrees is zo’n dingetje en ik blijf liever met beide benen op de grond. Ik kan mij nog levendig (gelukkig wel) een klimcursus herinneren. Dochterlief klom een paar keer per week als vlieg de wand op. Ze hoefde mij geen twee keer te vragen of ik een cusrsusje wilde doen. Geen acht slaand op mijn hoogtevrees die al begon op het klimrek in de gymzaal ruim dertig jaar geleden klom ik dapper tegen de wand op. Dat ging best soepel. Ik daagje mezelf uit, dat avontuur weet je wel, om tot bovenin te klimmen. Dat moment dus. Dat ik besefte dat ik zo’n twaalf meter aan een paar miniscule blokjes hing met mijn vingertoppen in knellende te kleine schoenen. Want dat hoort. Tussen mijn oogharen door keek ik de afgrond in. Mijn stem sloeg over en piepend bracht ik het commando uit wat betekende dat ik weer naar bedenden wilde. Mijn maag zat ergens op de verkeerde plaats. Beneden besloot ik dat dit soort avontuur niets voor mij was. En sloot meteen alles wat met hoogte te maken had uit. Dus geen bungeejumpen, parachute springen en zelfs geen Walibi achtbanen voor mij. Dat avontuur mag iemand anders lekker doen.

Maar wat is dan wel avontuur voor mij?

Avontuur staat voor mij gelijk aan nieuwe dingen doen. Mezelf uitdagen. Nieuwe doelen stellen. Plannen maken. Bewegen en niet stilzitten. Maar het moet wel een beetje leuk blijven. ‘ Leuk’  is eigenlijk een stom woord. Een ander woord kan ik niet bedenken. Ik kan het omschrijven als: ‘ ik wil er blij van worden’. Ik wil een lach op mijn gezicht als ik het gedaan heb. Of zelfs als ik bezig ben. Daarvoor wil ik best zenuwachtig zijn of even mijn grenzen op moeten zoeken. Helemaal niet erg. Als die lach er maar komt.

IMG_1849
Wentelteefjes met bosbessen ontbijt

Een half jaar geleden hield ik het niet voor mogelijk. Zondagochtend de wekker om half acht zetten, een halve banaan en een espresso naar binnen werken en naar buiten. Zes graden Celcius, de rijp op de grassprieten en 13 kilometer rennen. vervolgens bij de bakker naar binnen struikelen en hem een halfje brood vragen (pasje vergeten, ik kom straks wel betalen). Thuis komen en een uitgebreid ontbijt voor mijn dochters maken. Wentelteefjes, vers geperste jus d’orange. En ja, die lach op mijn gezicht. Een klein zondags avontuurtje.

Een wat groter avontuur vond ik op internet. Inmiddels heb ik een professionele traithloncoach. Zij maakt schema’s voor mijn trainingen. In een mooi Excell staat welke training ik wanneer moet doen en hoe lang. Heerlijk overzichtelijk. Ik mag de vakjes inkleuren. Groen is ‘gedaan’, rood is ‘niet gedaan’ en geel is ‘anders’. Ik verheug mij er nu al op! Mijn coach wil ook graag mijn sportieve plannen weten voor komend seizoen. dan kan zij namelijk de schema’s daarop aanpassen. Op internet struinde ik de triathlon kalaneders af. Tijdens het struinen werd ik ook maar gelijk lid van de Nederlandse Triathlon Bond. Als ik dan toch bezig was. En met een paar klikjes kon ik mij inschrijven voor wat loopjes. En ja, als ik dan toch lekker aan het klikken was. De Olympisch Stadionloop, de Bosloop in het Amsterdamse Bos waren zo gepiept. ‘ Is de halve marathon van Egmond niet iets voor jou?’ vroeg een collega. Ik dacht aan januari, kou en mul zand. Maar ach, als je dan toch bezig bent.

Image-1Inmiddels heb ik samen met mijn coach en trainingsmaatje een mooi lijstje gemaakt. En waar de kers op de taart onze deelname aan de Iron Man Olympische Afstand in Zürich was, lokt nu een nog wat avontuurlijker kers. Ik ga mij inschrijven voor de Challenge halve triathlon in Mallorca, oktober 2019. Een avontuur waar ik van oor tot oor van grijns Een spannend avontuur, want veel en ver: 2,8 km zwemmen, 90 km fietsen en 21 km rennen. Als ik er aan denk kriebelt het al in mijn buik. Er valt nog heel wat te doen voor die tijd. Het is iets groter dan een klein, zondags avontuurtje. Het is een groot avontuur (en op zaterdag). Dat begint vandaag, bij die lach op mijn gezicht als ik het ontbijt voor mijn meiden maak. Happy & healthy!*

*Geen grap, dat is een rubriek in de Margriet, dat blad wat je moeder en je tantes lazen toen je klein was. En waarvoor ik binenkort geïnterviewd wordt. Keep posted!

IMG_1764
Met Pauline uit Zwitserland, finish halve marathon Amsterdam

 

 

 

Doe maar een halfje…

IMG_1547.JPG

Twee dagen voor de zondag van mijn eerste halve marathon. Het woord alleen al, marathon, klonk mij een paar maanden geleden nog in de oren als iets van een andere planeet. Voor lange, dunne  mannen en vrouwen met benen als stokjes die al jaren niets anders doen dan rennen. Een soort Forrest Gump types. Ze lijken ook nooit moe te worden in mijn ogen. Ik kan mij het moment niet eens meer herinneren, nog niet zolang geleden, dat ik mjn laptop opende en de website van de Amsterdam marathon bekeek. Voor ik met mijn ogen kon knipperen had ik mezelf ingeschreven. Voor de halve, dat dan wel.

Eind augustus deed ik mee met de Ouderkerker triathlon. Het was spannend en heerlijk tegelijkertijd. Mijn eerst medaille was binnen en het lopen ging boven verwachting. Daarna, tijdens mijn vakantie in Spanje, probeerde ik in de verzengende hitte rondjes te lopen. Verder dan zes of zeven kilomer kwam ik niet. Terug in Nederland ging ik trouw naar mijn maandagavond loopclubje. Deze mannen en een enkele vrouw trainden al een tijdje voor de Dam tot Dam loop en voor de (halve) marathon. Ik liep altijd een beetje achteraan en besloot de daaropvolgende weken mij aan het opgelegde schema van drie keer per week trainen te houden.

 

Tot mijn grote verbazing maakte ik snel vorderingen. De duurloopjes werden langer en een uur lopen leek ineens korter. Af en toe kwam ik in die gekke gewaarwording van de  ‘runners high’ . Het lijkt dan of je voeten zweven over het asfalt en het lopen je geen enkele moeite kost. Tot mijn teleurstelling duurt het altijd een flinke tijd voordat het zover was en gaat het ook te snel naar mijn zin weer over. Niet geklaagd, ik weet nu wat het is! Totdat dus die dag kwam dat ik mij inschreef en mijn startnummer ontving: 337283. Ik start in het oranje vak, volgens de mailing, ergens in de buurt van het Olympisch Stadion.

 

Tot twee weken geleden leek het nog ver en trainde ik lekker verder. Af en toe een fietstochtje er bij en wat krachttraining. Toen kwam de boodschap: ‘ je moet nu afbouwen en veel rust nemen’. Aangezien ik de hele zomer bijna elke dag wel iets aan sport deed en een rustdagje bijna een uitzondering was, draide de wereld ineens om. Thuis komen en niets doen? Maximaal een half uurtje rustig lopen? Geen krachttraining, niet (te ver) fietsen… ik werd er nerveus van. Terwijl iedereen om mij heen vol vertrouwen was en is over mijn komende prestatie werd ik almaar nerveuzer. Ik voelde ineens overal pijntjes, liet mij uitgebreid masseren bij een ervaren sportmasseur (‘ nee, je mankeert niets, alle spieren voelen prima aan’ ) en at ik braaf mijn koolhydraten. ’s Avonds lag ik op de bank en vroeg ik mij af hoever 21 kilometer ook alweer was. Zeker twee uur achter elkaar rennen. Het leek mij ineens heel lang en heel ver…. Ik maakte mij zorgen over plotselinge plas aandrang en droomde zelfs over rijen Dixies die allemaal op slot waren. En nergens een bosje!

Op Facebook zag ik doorlopend berichtjes over mensen die ook meedoen. Nee, niet de halve. De hele, die is voor de echte helden!  Tenminste, dat maakt ik uit op de posts die ik las. En nu is het vrijdagavond, minder dan twee dagen voor de start. Ik heb net een klein half uurtje gelopen. Het ging voor mijn gevoel voor geen meter. Een berichtje op Strava (een app voor lopers, fietsers en zwemmers) zorgde voor enige opluchting. Blijkbaar is het normaal om je zo te voelen. Dat ‘ taperen’ (in normale mensentaal gewoon niet zoveel sporten en lekker veel rusten) geeft blijkbaar deze gevoelens. Misschien is het de fameuze generale repetitie?

Morgen ga ik mijn startnummer ophalen. Lekker op de fiets richting Olympisch Stadion en even de sfeer proeven van het evenement. Daarna ga ik mij bedwingen om het hele huis schoon te maken of kasten uit te ruimen. Stel je voor dat het in mijn rug schiet? Of dat ik bij het vouwen van de was in een kramp terecht kom? Of dat ik struikel over de vloermop? Nee, morgen is het met de beentjes omhoog en maar eens lekker binge-watchen. Dan weet ik eindelijk ook eens wat dàt betekent!

IMG_1407Zondag is de dag. Brunchen met pannenkoeken, op de fiets naar het stadion (is dat verstandig?) en dan lekker rennen. Genieten van het lopen in mijn stad. Genieten van al die mensen in het publiek. Genieten van het herfstzonnetje. Genieten dat ik gezond genoeg ben om mee te doen. Dat ga ik doen….Genieten met een grote G!

Wil je mij volgen? Je kunt de TCS Amsterdam marathon app downloaden en zoeken op startnummer of naam. Als je mij ziet, dan beloof ik dat ik een lach op mijn gezicht heb :-).

 

De reis van mijn leven -1-

In mijn herinnering regelde jij alles. Dozen om onze fietsen in te vervoeren haalde jij bij de plaatselijke fietsenboer. Gratis natuurlijk. Een tentje had jij al, slaapzakken ook. De kaartenwinkel in het centrum van Amsterdam kende jij van binnen en buiten. We kochten daar onze kaarten. een paklijst. ook dat begrip heb ik van jou geleerd. Je moest eens weten dat ik die ook weer voor deze zomervakantie gemaakt heb.

Wat nemen we mee? Je was streng, weet ik. En een beetje gestresst. Inpakken was niet je favoriete bezigheid.  Zelfs al waren we net twee dagen getrouwd! De fietsen gingen mee als ruimbagage zonder extra kosten. 17 kilo per stuk, dus bleef er vrij weinig over voor de rest van onze spullen. Bij betalen, daar deed jij niet aan. Een fietstas voor drie maanden aan kleding. De rest ging op aan kampeeruitrusting, fietsmateriaal en fotocamera. De reis van ons leven kon beginnen.

Donderdag 7 maart 2002

[Cynthia] We hebben net ontbeten in de tuin van de buurman van Jan Ramp (oud collega), waar we gisteren ons tentje opgezet hebben. Een paar dagen voor ons vertrek heeft Sjaak een e-mail naar jan gestuurd met de vraag om wat tips over Nieuw-Zeeland. We kregen een leuke e-mail terug met d uitnodiging om een paar dagen door te brengen op Waiheke, een eiland voor de kust van Auckland, waar jan sinds een jaar of 10 woont. Hij heeft daar een grafisch ontwerpstudio aan huis en woont er met zijn vrouw Jacky en zijn kinderen Mika Tui (4) en Erin (13). 

Gisteren zijn we met de boot vanuit Auckland regelrecht naar het eiland gegaan. Stralend blauwe lucht, prachtige baaien en allerlei planten die het bij ons alleen goed doen in de Intratuin. Het uitzicht vanaf de heuvel waarop het huis en nu onze tent staan is adembenemend. Helaas vinden de muggen dat ook! De eerste score is gemiddeld een bult per vierkante centimeter. Onze eerste indruk van Nieuw-Zeeland is ondanks de muggen, zeer positief. Zeer behulpzame en vriendelijke mensen hebben ons ‘ fietspad’ al gekruist. Het begon al op het vliegveld van Auckland waar we gratis koffie kregen, men een speciale plek had om onze fietsen op te tuigen en een mevrouw van de MacDonalds onze bidon’s voor ons vulde. ‘ With ice?’ vroeg ze. Vervolgens legde zij uit hoe we op onze fietsen het beste naar het centrum van Auckland konden rijden. 

De eerste kilometers begonnen al pittig met wat flinke heuvels. Even wennen aan het links rijden en de zoevende auto’s naast ons. Na een paar keer de weg gevraagd te hebben aan vriendelijke ‘ Kiwi’s’ kwamen we aan in het centrum van Auckland. Iets meer dan 20 kilometer van het vliegveld. Opvallend is de vele laagbouw waaruit de stad bestaat. de stad is niet echt gepland, maar bestaat meer uit aan elkaar geplakte dorpjes en wijken [noot: we werkten destijds allebei bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam. Sjaak was daar stedenbouwkundige].

Het is nog maar 12 uur in de ochtend als we bij de haven aankomen van waaruit de ferry naar Waiheke Island vertrekt. Tot nu toe valt de vermoeidheid van de reis erg mee. We hebben allebei dan ook als een roos geslapen in het vliegtuig. zeker het laatste stuk, van Los Angeles naar Auckland, hebben we zeker acht van de dertien uur onder zeil doorgebracht. De rest van de tijd brachten we door met eten, tv kijken en een beetje lezen.

[Sjaak] We zijn weliswaar nog maar een dag en een nacht in Nieuw-Zeeland, maar toch zitten we er al midden in. Je moet ook direct al vel leren: dat de zon zeer gevaarlijk is (verbandtijd ongeveer 15 minuten, we hebben allebei al verbrande armpjes en beentjes), dat het water lekker is om te zwemmen maar dat er oesterschelpen liggen die heel scherp zijn 9ik heb mijn voet al open gehaald), dat de mensen zeer vriendelijk en behulpzaam zijn en je je Amsterdamse afstandelijkheid moet laten varen, dat er geen haarspeldbochten zijn (net als in Engeland gaat alles recht omhoog). Nou ja, van die dingen. ‘Is dit nu het paradijs?’ is een vraag die je gaat bezig houden.  

Het landschap is, naast zijn harmonische natuurlijke opbouw, een vreemd mengsel van gelandscaped openbaar en tuingroen (de rijken) en ruig wanordelijk struikgroen (de kunstenaars en pioniers). Vele grote bomen (onder andere ceders)die streng beschermd worden, hoewel waarschijnlijk niet eens inheems. 

Terwijl ik lees en tegelijkertijd typ wat ik lees besef ik hoeveel herinneringen heb aan die tijd. Ze zijn vertroebeld in de jaren, maar komen tot leven door het blauwe boekje dat jarenlang in een kast gelegen heeft. Het blijkt nu ongelofelijk waardevol te zijn om mijn herinneringen weer tot leven te brengen. Herinneringen aan Sjaak. Mijn man, mijn liefde. De vader van mijn kinderen. Onze kinderen. Ik zie hem voor mij fietsen, ik in zijn kielzog. Hij was geen grote romanticus van buiten. Noord-Hollandse nuchterheid voerde altijd de boventoon. Ik zie nu in Rosa van wie zij haar opmerkzaamheid heeft. Het observeren van details. De omgeving. Het beschrijven ervan. Het ontroerd mij.

[Sjaak] De eerste nacht in de tent. Tentje is zéér klein. niet meer dan een opgerichte slaapzak, formaat twijfelaar. Qua slapen oké, maar er ’s nachts uitgaan, wat ik altijd moet, valt niet mee. Bovendien, naar later bleek, helemaal lek geprikt door, naar Jan zei, zandvliegen. Gewone muggen ook, in ieder geval! Volgende dag (hele goeie) koffie gedronken bij Nourish. Leuk tentje met lekker ontbijtspul ook. Rondrit gemaakt over het bewoonde deel van Waiheke. Prachtige kust, met mooie cottages aan de baaien. zware klimmetjes. Eind middag nog gezwommen aan palm Beach, op aanraden van Jan. ’s Avonds opnieuw in het huis van Jan met de familie mee gegeten. Ze raadden ons aan Stoney batter te bezoeken. Na nog een nacht worstelen met de insecten (vroeg er in en laat er uit trouwens) weer een prachtige dag. Goed ingesmeerd met factor 30, over de insecten DEET heen dit keer. langs Nourish en op pad naar het dunbevolkte deel van Waiheke. Beetje beeld van Wales en Schotland, ook door de begrazing. Via een onverharde weg verder naar Stoney Batter.Zwaar werk, heet en mooie uitzichten.

Stoney Batter is een verzameling verspreid over de heuvels en, waar de naam ook op slaat, een batterij uit de tijd van de 2de Wereldoorlog. Voor het geval de Japanners een invasie zouden plegen. Met onderaardse gangen en vertrekken waar destijds een groep mensen leefden. Naargeestige sfeer, ondanks de gehuurde ‘ torch‘ . Na een zwaar maar lekker maal aan muffins, de terugtocht via dezelfde route. We wilden een beetje op tijd terug zijn want we zouden met de familie fish & chips aan het strand gaan eten. Dus ‘ beers’ gehaald en met de bus van de familie Ramp naar Palm Beach. Dara gat het er zedelijk aan toe, met openbare kleedhokjes en barbecues die vrij te gebruiken zijn. Dat is in het westen van Nederland onvoorstelbaar.

Jan en Jackie zijn erg aardig en laten ons onze eigen gang gaan. Ze hebben het trouwens ook erg druk met werk en het gezin. Jan’s tweede vrouw, denken we. met een kind van hun beiden. Jan is sinds hij in Nieuw-Zeeland is pas na 7 jaar weer terug geweest in Nederland. Hij vroeg er ook niet naar. Ook niet naar de mensen die wij samen kennen. Gesloten boek lijkt het. Wel intrigerend eigenlijk. Ook na dat spannende verhaal van een onaangekondigd huwelijk, groot feest, wereldreis en voorgoed geëmigreerd. Hij lijkt niet ongelukkig, maar je voelt dat er een verhaal achter zit.

O ja, vannacht gedroomd dat mijn piemel eraf viel. En Kaas [noot: jongere broer die eigenlijk Kees heet maar erg van kaas houdt] woonde in een huis dat helemaal door houtworm was aangevreten. en de atmosfeer was helemaal giftig en onbetrouwbaar. De mensen reageerden gelaten.

Ik kan mij niets van die droom herinneren. Wel typisch S. om het zo op te schrijven. En het paradijs? Voor mij kwam het leven op Waiheke Island daar dichtbij in de buurt. Ruimte, vrijheid, natuur. Ik ruik de zee als ik mijn ogen dichtdoe. Ik zie de baai nog glinsteren in de zon. De kinderen van Jan met zand aan hun voeten het huis in rennen.  Op blote voeten, de hele dag.


Facts

Fietsen
6 maart ’02   vliegveld Auckland – Waiheke Island         34 km      druk verkeer
7 maart ’02   Waiheke Island                                               21 km      steile klimmetjes
8 maart ’02   Waiheke Island                                               36 km      onverhard

Overnachten
3 nachten kamperen in de tuin van Jan Ramp

 

 

 

 

Run, Forrest, run!

blog 2

Het is een zinnetje waar ik af en toe aan denk als ik mijn rondje ren. Hardlopen. Een onderdeel van de triathlon waar ik inmiddels menig doorgewinterd triatleet stuk op heb zien gaan. En ook de finisch met een eindsprint heb zien halen, na slopende kilometers op de fiets.

Je ziet ze ook in drommen in het park achter mijn huis. Ze lopen bij mooi weer op zondagochtend nog net niet in de file. Joggen, rennen, hardlopen. Mijn buurman noemt het sjokken. ‘Gaat er nog iemand mee sjokken vanavond?’ appte hij tot een paar maanden geleden in onze What’s app groep ‘Senior Runners’. De naam doet al vermoeden waar het om gaat. Drie mannen op leeftijd en ik. Ook op leeftijd. Sinds ik ben gaan trainen voor triatlon’s is het verdacht stil in die hoek.

Ik ren en hou mijn tijd bij met mijn TomTom horloge. Tijdens het rennen lukt het mij niet om te kijken hoe hard ik ga. Iets met mijn ogen. Ja, die senior runners daar hoor ook ik bij. Maar goed. Thuis gekomen is het altijd fijn dat Tom de resultaten doorgeeft aan mijn telefoon en telefoon tom vervolgens Strava op de hoogte brengt. Ook alweer zo’n fijne app die laat zien wat je mede lotgenoten allemaal hebben gedaan deze dag en hoe hard, lang en vaak te trainen. Elke keer weer ben ik onder de indruk van het aantal kilometers dat ik voorbij zie komen. Gelukkig zijn de hoogste aantallen op de fiets!

Vroeger rende ik ook. In mijn allervroegste jeugd, toen ik fanatiek aan judo deed, kan ik mij de coopertest nog herinneren. Behalve op de mat tijdens de warming-up rende ik nooit. Die coopertest heeft mij nog lang weerhouden de loopschoenen weer aan te trekken. Ik droom soms nog over dat blauwe papiertje waar een dreigend getal op stond. De uitslag: matig. 12 minuten rennen op de sintelbaan. Ik deed liever een koprol op de judomat.

IMG_1139

Toen ik begin 20 was en het judo vaarwel gezegd had, rende ik met vriend en neef op zondagochtend vaak een stukje door de Zeeuwese duinen en over het strand. Van Dishoek naar Zoutelande. Geen idee dat dit plekje met de hoogste duin van Nederland ooit nog zo bekend zou worden. In die tijd hadden we nog geen sporthorloges en smartphones. laat staan apps waar je je tijden en afstanden op kon vergelijken. Ik had geen idee hoerver ik op die zondagen rende. Zwaar was het wel. En ver leek het altijd. Google Maps vertelt mij zojuist dat de afstand exact 4,7 kilometer bedraagt.

Een aantal vriendjes later rende ik in Amsterdam, dat inmiddels mijn woonplaats was, regelmatig een rondje Gaasperplas. Met man dit keer. We reden na het werk met de auto naar Amsterdam Zuidoost, parkeerden langs de plas en renden een rondje. Dit keer wist ik wel hoever het was. 4,86 kilometer. Internet had zijn intrede gedaan. Ik had afstandmeten.nl ontdekt! Onze werkgever had het idee opgevat om zijn medewerkers te sponsoren met t-shirts en trainingen voor de toen nog niet zo massale Dam tot Dam loop. Optimistisch schreven wij ons in. Man liep ook wel eens twèè rondjes Gaasperplas. Ik hield het liever bij één. Dat deden we wel twee tot drie keer per week.

10 Engelse mijl, omgerekend 16,09 kilometer. Van Amsterdam naar Zaandam. Ik kan mij de zondag in september nog goed herinneren. Ik sjokte, letterlijk met een grote groep door de IJ-tunnel. Zaandam leek onmetelijk ver weg. Ik had geen idee en geen verwachtingen. Als ik ergens maar de eindstreep haalde. Ergens wachtte de finish. Ik herinner mij de mensen en de muziek langs de route. De drinkposten en het juichen als er een groepje lopers voorbij kwam. Alhoewel mijn benen protesteerden, liep ik op wolkjes. De laatste kilometers haalde ik zelfs nog wat mensen in. De finish! Een medaille rijker ging ik trots naar huis. Niet wetende dat ik de eerstvolgende drie dagen nauwelijks kon lopen. Maar dat kon mij niets schelen. Heerlijke onwetendheid!

De kinderen kwamen. Met dikke buiken deed je toen hoogstens zwangerschapsgym en daarna babymassage. Rennen kwam niet meer in mijn woordenboek voor.

Door dikke pech die kanker heet en de jaren die ik alleen voor mijn kleine meisjes zorgde, kwam het niet van sporten. Ik was blij als ik mijn bed zag.

Ook kinderen worden groter. Bovendien viel er een foldertje in de brievenbus. ‘Beginnen met hardlopen? Sluit je aan bij onze beginnerscursus!’ riep het naar mij. Ik startte weer met rennen. Een avond per week kwam de oppas en ging ik op mijn oude Nikes en strakke broek naar mijn beginnersclubje. Doel was binnen een half jaar 10 kilometer. Dat betekende trainen. Twee, liefst drie keer per week. De groep was vooral ontzettend gezellig en dat hielp. Binnen een half jaar liep ik 10 kilometer binnen het uur.

De groep stopte en ik deed nog wat verwoedde pogingen mijn hardlopenschema aan te houden. Al snel kwam het slop er in. Na een jaar rende ik niet eens meer naar de tram.

Totdat een buurvrouw uit de beginnersgroep mij appte.’ Zullen we weer eens?’ Met Evi? Inmiddels was het tijdperk van de smartphones en apps volop aangebroken en Evi was een uiterst vriendelijke Vlaamse dame die een schema voor ons had bedacht. In 20 weken 5 kilometer rennen. Dat durfden wij wel aan. Dus ‘ hup met de beentjes’ gingen wij op pad.

Zelfs voor het werk begon, in het donker, renden wij onze minuten in het park. Het ging steeds beter en ik voelde mij goed. Buurvrouw haakte af en ik ging verder. Evi liet ik links liggen. Ik ging op pad met Tom en zag mijn inspanningen lonen. De vijf kilometer gingen steeds beter. Ik sloot mij aan bij mijn sjokkende buurmannen en merkte al snel dat ik hen eruit sjokte.

Het idee van de triathlon ontstond. Ineens was het daar. het idee werd een plan. Het plan werd een trainingsschema. Er kwam een doel. Een achtste triathlon. Zwemmen deed zijn intrede en een nieuwe fiets werd aangeschaft. Op 20 augustus 2018 deed ik mee aan de Ouderkerkseplas triathlon. Ik zwom, ik fietste en ik rende! Het rennen ging fijn. Een andere atlete riep zelfs’ Wat ga je hard!’ Het voelde alsof ik vleugels had.

Rennen, saai? Soms ja. Ik heb nog steeds moeite om te beginnen. Om de tijd en energie te vinden na een lange werkdag. Ik heb een uitdaging. En een doel! Ik wil, net als manlief, een halve marathon lopen en een kwart triathlon volbrengen. Gisteren rende ik mijn eerste lange afstandsloop sinds de dam tot dam loop 16 jaar geleden. Ik liep en ik lachte. Omdat ik lachte ging het lopen steeds beter. Ik zette in op een uur. Het werd anderhalf uur. ‘Ren, Cynthia ren’ schoot het door mijn hoofd. Een glimlach staat in mijn gezicht gegroefd.

Image-1 kopie

De reis van mijn leven – intro –

Al geruime tijd heb ik het idee dat ik ‘ iets’ wil doen met mijn herinneringen aan van wat ik vind ‘ de reis van mijn leven’. Mijn huwelijksreis door Nieuw-Zeeland en Australië. Op de fiets, samen, ruim drie maanden lang met alleen fietstassen en een tentje. Het is ook een herinnering aan iets dat nooit meer terug komt. En de reden waarom ik reizen, vakanties en nieuwe avonturen beleven zo belangrijk vindt om te doen. Alleen of liefst samen met Rosa en Nonna. Mijn prachtige dochters. Onze prachtige dochters.

Het is misschien ook wel een stukje rouwverwerking. Ik was jong en we waren nog niet zo lang getrouwd toen Sjaak kwam te overlijden. Met twee kinderen van anderhalf en bijna vier was het vooral doorgaan. Niet teveel denken en vooral niet teveel voelen. Met af en toe een terugval toch vooral het positieve omarmen en blijven leven. Vooruit kijken. Dat is goed geweest en helpt je leven en overleven. Toch voel ik nog steeds het gemis. Ik merk sinds kort dat schrijven mij helpt. Soms met humor, soms ook met de emoties die ik in het dagelijkse leven niet snel laat zien. Ik zeg weleens: ‘ Ik schrijf beter dan dat ik praat’.

Tijdens onze reis hadden wij nog geen digitale camera of smartphone. De beelden zijn dia’s in dozen opgeslagen. We hielden trouw een reisdagboekje bij. Om beurten schreven wij dagelijks ons verhaal. De route en afstanden hielden wij achterin bij. Samen met de Lonely Planet Cycling New Zealand en Cycling Australia plus een ouderwetse landkaart vormt dit prachtig materiaal om mijn herinneringen te beschrijven.  Dertien weken lang elke week een verslag. Mijn herinneringen gecombineerd met de letterlijke tekst uit het reisdagboek. De reis van mijn leven. Om vrij vertaald met Icarus te spreken: ‘ soms is de reis mooier dan de eindbestemming’.  

Een zonnige dag ergens in de zomer van 2001. We zitten op een terras. Lunchtijd. We zijn collega’s bij de gemeente Amsterdam. Ons werk bevindt zich op de vierde en vijfde verdieping van het overheidsgebouw met de drie Andreaskruizen. Onze relatie begon daar. Na twee jaar kijken en knikken maakten we ons eerste afspraakje tijdens een borrel van de baas. ‘ Jullie moeten maar eens met elkaar gaan fietsen’ zo sprak een collega. De afspraak stond en van het één kwam het ander.

Binnen een half jaar trok ik bij je in, van Oud-West naar Oost, toen nog een plek waar men niet wilde wonen als jonge tweeverdiener. Behalve jij. Want na de H-buurt in Zuidoost was het nieuwbouw appartement in Oost een walhalla. Mijn liefde voor jou overwon de liefde voor Oud-West. Jouw spullen verdwenen grotendeels aan de straat, waar de junks zelfs het zware stalen bureau meedroegen naar hun onderkomens. Mijn IKEA-interieur nam jouw studentikoze inrichting over.

Na zeven maanden vroeg je mij ten huwelijk. Jij, de verstokte vrijgezel met een batterij aan ex-en waar ik stiekem wel een beetje wantrouwend tegenover stond. Ik was toch niet de volgende? Mijn onrust groeide toen ik bij mijn eerste ontmoeting met jouw familie tijdens Sinterklaas de chocoladeletter V kreeg. ‘ De V van Vriendin’ kreeg ik te horen. De namen konden ze namelijk niet meer onthouden dus was dit wel zo makkelijk. Ik nam het aan voor Noord-Hollandse nuchterheid.

Op zondagochtend in bed, tijdens het lezen van de krant vroeg je het. Met die eerder genoemde Noord-Hollandse nuchterheid. Geen rozen of vioolmuziek, geen kaarslicht en geen gedoe. Jij vroeg het en ik zei ja.

Zo zaten we dus een paar maanden later op het terras een broodje te eten. We filosofeerden over onze huwelijksreis. We waren het er snel over eens. Ver en lang moest het zijn. En jij, als vervente wereldfietser met de Himalaya en Zuid-Amerika al achter de rug, besloot: op de fiets. Voordat we ons broodje op hadden lag het plan er. Nieuw Zeeland, in maart, april en mei van 2002. Na het afrekenen liepen we samen door naar personeelszaken. Boter bij de vis. ‘Kunnen wij 13 weken vrij krijgen?’ Binnen tien minuten kwam het antwoord. Akoord! Ons plan werd werkelijkheid.

1 maart 2002 trouwden we onder een strakblauwe koude voorjaarslucht. Twee dagen later stonden we, met onze fietsen in kartonnen dozen, klaar voor vertrek. Voor de reis van ons leven. Die eigenlijk al begonnen was tijdens ons eerste afspraakje.

 

I’m not a girl, I am a triathlete!

ef24b043-7529-4699-8f3f-fca4dc1497d7.jpg

Sinds een tijdje volg ik op social media een aantal nieuwe pagina’s. Ze gaan over zwemmen, lopen en fietsen. Triathlon dus. Het virus. Er bestaat geen vaccinatie voor en is zeer besmettelijk. Gelukkig levert deze epidemie voornamelijk positieve ervaringen op. Complete blogs, trainingsschema’s, ervaringen, tips en truces passeren hier de revue. Type betweter (‘dus, weet je dan niet dat…’), type onervaren (‘ wat kan ik beter doen, ik heb zelf geen idee…’), type fanatiekeling (‘vandaag rustig aan gedaan, 4 kilometer gezwommen, daarna nog even 160 kilometer gefietst en straks nog even een klein stukje intervaltraining van een uur of wat…’ ), type oudgediende (‘ na mijn 33ste triathlon twijfel ik of ik in mijn age-groep…’), type expert (‘ als je een OD doet en op de LD heb je in de T-zone bedacht dat je gestayerd hebt…’) en het type vrouw. Nu is dit laatste type toch wel een geval apart, begrijp ik inmiddels van mensen die het kunnen weten.

Goed, vrouwen en triathlon. Ik hou het bij mezelf. Vrouw, 49 jaar en nerveus als een puber op haar eerste schoolfeestje. Dagen ervoor las ik alles wat los en vast zat over je voorbereiden op een triathlon. Nu was de mijne een achtste (wat in mijn oren een beetje zielig klinkt, de naam sprint triathlon klinkt toch iets stoerder) en lekker dichtbij huis.

De week ervoor samen met mijn (vrouwelijke) trainingsmaatje het gebied verkend en ook maar gelijk even alle afstanden gezwommen, gefietst en gerend. Om toch maar zeker te weten dat we geen flater zouden slaan. Want ach, wij vrouwen kiezen voor zeker…  in elk geval deze twee! Dat zat dus wel goed. Ik telde de dagen af. Wanneer doe ik nu nog iets aan trainen? Want, las ik ergens, de laatste week moet je ‘ taperen’. Dat heeft niets met sporttape te maken leerde ik snel. Het is gewoon een moeilijk woord voor niks doen. Rusten dus. Best lastig als je werkt en een gezin runt, dus nam ik aan dat ik vooral niet moest trainen. Intussen werd mijn buik onrustig. Niet handig, wan toespelende darmen zijn de ergste vijand van een triatleet, geloof mij maar. En zelfs op een prut afstandje van vijf kilometer wil je niet…ik in geen geval!

Gelukkig was daar altijd nog mijn partner in crime die ook haar allereerste ging doen. Elke dag appte we elkaar talloze keren: ‘ wat doe jij vandaag?’ Ga je nog een rondje fietsen? Zullen we vanavond nog zwemmen? Komt er iemand kijken? Hoe gaan we er heen?’ Gedeelde smart is halve smart, zullen we maar zeggen.

Tot de vooravond van de ‘ grote race’ . Fiets poetsen, ketting smeren… tot mijn grote schaamte had ik nooit meer gedaan dan een doekje over het frame halen en wat druppeltjes uit een flesje van de lokale fietsenboer over mijn ketting laten vallen. Beetje draaien aan de trappers. Fiets is wedstrijd klaar! Ik dwong de visoenen van lekke banden uit mijn hoofd. De laatste keer dat ik daar iets mee gedaan had was in de tijd van het teiltje water met een druppeltje Dreft. Het doosje Simpson lag vast nog ergens inde schuur. helaas doe je daar tegenwoordig vrij weinig meer mee. Goed, bidons met isotone spul klaar, sportdrankje klaar en de checklist nalopen. Wetsuit, helm, schoenen, veiligheidsspelden… eh veiligheidsspelden? Geen idee wat ik zou moeten spelden maar een doos vol kon vast geen kwaad. Keurig op ‘ taper tijd’ mijn bed in, lees half elf ’s avonds en ogen dicht. Rusten is het credo! Helaas wilden mijn hersenen anders. Na wilde dromen over zwakke spieren en zwoegende ademhaling waarin ijzersterke triatleten mij lachen voorbij zwommen, fietsten en renden viel ik in een onrustige slaap.

Shit, vergeten de mail van de organisatie te lezen. Snel mijn bed uit en tot mijn schrik de enorme hoeveelheid regels, voorschriften en parkeermogelijkheden in mijn hoofd prenten. Gelukkig overviel de slaap mij snel.

Zaterdagochtend. Havermout ontbijt. Kinderen wekken. ‘ Ik zie jullie aan de finish, niet eerder komen kijken hoor, daar word ik nerveus van en zink ik!’ Mijn begripvolle meiden knikten slaperig. ‘ Ja, mam, dag mam, succes mam, je kan het mam.’

Mijn maatje D. wordt gebracht door haar vriend in haar Mini, fiets achterin gevouwen. Vriendlief heeft wijselijk besloten thuis het resultaat af te wachten. D. en ik proppen onze fietsen in mijn gezinsauto, tassen er bij en reizen af. Een kwartier verder rijden we het parkeerterrein op.  Lekker rustig nog. Wolken pakken zich samen en het waait aardig. Wind, mijn vijand op de fiets. Met mijn 49 kilo schoon aan de haak blaas je mij met gemak een stukje achteruit. Eensgezind besluiten we ons te laten registreren. gelukkig iets kleiner van opzet dan de Ironsman’s die ik inmiddels gezien heb in Maastricht, Luxemburg en Zurich. Een vriendelijke mevrouw bekijkt onze rijbewijzen en geeft ons een envelop. Uit mijn ooghoek zie ik een roodtruck met verse koffie en muffins. Lekker! Eerst staat ons het belangrijke werk te wachten. Fietsen uitladen en op weg naar de wisselzone. Een alweer vriendelijke meneer in een geel hesje houdt ons tegen. Waar zijn de stickers? ‘ In de enveloppen!’ Vol trots tonen wij hem de witte envelop en vertellen hem dat dit ‘ onze eerste keer’ is. Hij glimlacht. ‘Voor je de wisselzone ingaat moet je alle stickers op de juiste plekken geplakt hebben, vertelt hij ons. En geduldig plakt hij samen met de stickers op helm en aan zadelpen. Weer wat geleerd. Wat nerveus lachend kijken we elkaar aan. Onze helmen zijn in orde en de fietsen ook. Gelukkig, ze zijn pas drie maanden oud!

De wisselzone. 410 is redelijk snel te vinden. Nu goed nadenken, derde rij, vlakbij binnenkomst.  We leggen onze spullen klaar en checken bij elkaar: fietsschoenen, loopschoenen, sokken, helm, zonnebril (hmm wolken). Een ervaren en alweer aardige meneer helpt ons de startnummers bevestigen. Een ietwat chagrijnige mede-triathlete wijst zuchtend hoe onze chips aan onze enkels bevestigd moeten worden. Zenuwen, vast!

IMG_0010

We zijn er klaar voor! We besluiten in te zwemmen, professioneel als we zijn. Na een paar slagen begint de briefing. Ik sluip naar voren en luister naar de aanwijzingen. Twee keer heen en weer zwemmen, vier rondjes zwemmen en eentje lopen. Dat moet ik kunnen onthouden. Wijselijk sluiten we achteraan het deelnemersveld aan. D. vraagt aan zo ongeveer iedereen ‘ Is dit ook jouw eerste?’. In de hoop dat er meer lotgenoten zijn. Het startschot klinkt. Ik loop op mijn gemak achteraan het water in. Voorzichtig begin ik aan mijn eerste slagen. De verhalen worden nu waarheid. Ik bevind mij in een levende wasmachine vol armen en benen. Ondanks mijn goede voornemen lukt het mij niet in rustig vaarwater (of beter, zwemwater) te komen. Voor mij en naast mij schoolslag zwemmende atleten. Mijn nieuw verworden borstcrawl helpt mij niet in de inhaalrace. Ik besluit stug mijn eigen tempo te zwemmen. Vooral navigeren. Tijdens de trainingen zwem ik meestal twee keer de afstanden. Kijken is niet mijn sterkste punt. De armen en benen zwemmen vrolijk ploeterend met mij mee. Het eerste rondje zit erop. Het stukje strand sjok ik door. Het tweede rondje. Dat gaat al en stuk beter. Uit het water hoor ik mijn naam roepen. Ik kijk maar zie niks. Ren naar de wisselzone, trek mijn wetsuit uit en kijk om naar D. Nog niet te zien. Zij fietst een stuk sneller dan ik, dus haalt mij vast in. Schoenen aan, helm op. Ik weet zowaar in een keer de sluiting te vinden. Op naar het balkje. Ik stap op mijn gemakje oude fiets. Dat met die elastieken en rennend erop springen is voor later. Nu eerst zitten en trappen. Onderweg halen de meest prachtige fietsen met hun eigenaren mij in zoevend tempo in. Ik laat me er niet door van de wijs brengen. ‘Ooit doe ik dat bij een beginneling’, denk ik vrolijk. Ik buig mij zo diep mogelijk over mijn racestuur. Het gaat lekker. Ik begin bijna te zingen! Af en toe roept een enthousiaste toeschouwer mij iets toe. Ik lach vrolijk terug. Drie rondjes gefietst, twee keer langs de transitiezone gekomen. Zo heet het punt waar ik van het parcours af moet na vier ronden. Wat, twee keer? Of drie? Maar waar begint de ronde dan? Ben ik nu al aan mijn vierde rondje? Of toch drie? Een lichte paniek overvalt mij. ‘Sufferd, hoe moeilijk is dit nu. Je kunt toch wel tot vier tellen?’ schiet het door mijn hoofd. Het laatste stuk breekt aan. Ik twijfel nog steeds. Als je een ronde te weinig fiets, is er geen medaille. Mijn Tom Tom horloge ben ik vergeten aan te zetten. Dat helpt ook niet. Ik rem af. ‘ Ik ben de tel kwijt!’ riep ik vertwijfelt naar een vrijwilligster. Die wijst mij lachend naar de wisselzone. ‘Ga daar maar heen, komt vast goed’, roept ze terug. Ik hobbel verder en stap keurig af voor de balk. Met mijn hand aan mijn zadel ren ik als een geoefend atleet de wisselzone in. Waar is nummer 410? Tellen is mijn ding niet, zeg maar. Een deelneemster wijst mijn nummer aan. ‘ Krijg ik straks wel de sportiviteitsprijs?’ roept ze mij na. ‘Tuurlijk’, denk ik. Als ik mijn medaille maar krijg. Ik ren het paadje af. Ik loop alleen en direct in een lekker tempo. Geen zwabberbenen. Het eerste stuk hal ik direct wat lopers in. Het gaat heerlijk. Na anderhalve kilometer sla ik het energiedrankje af. Energie heb ik genoeg! Ik zweef! Ik ren om de plas, ondertussen kijkend naar de finish. Over de steiger straks. Een beetje heroïek kan geen kwaad. Ik ren nog wat mensen voorbij. Eentje roep’ Wat ga jij hard!’ Zo voelt het ook. De laatste meters op de steiger. Ik geniet. De endorfines gieren in het rond. Nog een paar meter. Ik ren in de armen van vrijwilligster E., die de medailles uitreikt en ik ken van mijn triathlon cursus. ‘ Ik had je nog niet verwacht!’ roept ze.Ik lach en kijk en zie het scorebord. Een uur en 31 minuten! Een kwartier sneller dan verwacht. Ik mocht van mezelf niet op de tijd letten. Dat heb ik onderweg ook geen moment gedaan. Maar nu ik hem zo zien staan, daar op dat bord. Ik wacht op D. en film haar aankomst. Zij straalt minstens zoals ik. ‘Wat is dit leuk!’ roept ze telkens weer. Trots poseren we met onze medailles.32150c07-ea79-437f-b4c8-ea3be721f759

Bij de wisselzone krijgen we een dikke knuffel van de vrijwilliger die onze stickers mee hielp plakken. ‘ Ik ben trots op jullie’ zegt hij.

Blij rijden we naar huis. Nu weet ik het zeker. I’m not a girl, I am a triatleet!

93CF891C-5CFA-4376-AE43-232A9E5E8BF7