Hersenspinsels uit mijn hart

Rafelrandjes

Aan de randen van mijn ziel
zitten kleine scheurtjes
Je kunt ze lastig zien
maar voelen des te meer.
Rafelige randjes
ontstaan uit steeds
meer leven.

Ik wil ze zo graag lijmen
of gladstrijken misschien.

Niemand heef thet eeuwig leven
niemand heeft dat ooit gezien.
Misschien als je in God gelooft.

Als je goed naar binnen kijkt
in de diepten van mijn ziel
zie je dan de kleuren
of overheersen daar de schaduwen.

Ik zou ze willen verven
in het mooiste helder blauw
Ik wil zo graag weer schitteren
en voelen wie ik ben.


Onverwachts

Heel af en toe kom ik jou tegen
onverwachts
zo uit het niets.

Heel af en toe spreek ik jouw naam uit
zomaar in een zin
als ik denk aan jouw wilde haren
op de fotohoes van een lp.

Herinneringen van jouw vader, je broers
ik geef ze door aan jouw dochters
meer is er niet te geven
behalve de liefde die ik voel.

Heel af en toe droom ik
dat wij nog gewoon samen zijn
en ik je vertel over
mijn dag.

Herinneringen herinneren mij aan jou
de liefde die ik doorgeef
stopt niet, is er altijd.

Hou vol

Hou vol
laat niet los.
Het leven heeft een lijntje
maak het niet kapot.

Liedje voor jou

Voor mij telt de tijd niet in jaren of dagen
maar in herinneringen
en er komen geen nieuwe bij.
Ik moet het doen met die er waren
ze vervagen mettertijd.
Er zijn de foto’s en de verhalen
de blikken in de ogen van jouw
dochters en de mijne
en soms zomaar een gebaar.

Daarom schrijf ik een liedje voor jou
voor jou lief, alleen voor jou.

Buiten waait de wind nog net zoals toen
ik achterop de fiets door het donker
naar de bioscoop
met jou de stad doorkruiste,
ook dat is een herinnering.
Omdat jij er niet meer bent
het leven dat wij nu leven niet meer kent.
Geen nieuwe plannen, avonturen
die maak ik nu alleen.

Daarom schrijf ik een liedje voor jou
voor jou lief, alleen voor jou.

De rode kater is bejaard nu
ons oude huis verkocht.
Ik ben dezelfde en ook anders
maar ik weet heel erg zeker dat je mij
direct herkennen zou
en in gedachten
lach ik jou nu toe, mijn lief.

Daarom schrijf ik een liedje voor jou
voor jou lief, alleen voor jou.

Het zijden draadje van d eliefde
heeft mijn hart vast hier op aarde
en het jouwe ergens daar.
Je zit in mijn herinneringen
maar nog dieper in mijn hart.

Daarom schrijf ik een liedje voor jou
voor jou lief, alleen voor jou.

Alleen voor jou.

Ontwaken

Ik zie de bomen, niet het bos
als ik de takken raak, voel ik het mos.
In mist gehuld
voelt mijn hart de kou.

Dan zie ik jou,
jij raakt mijn hand
raakt mij hart.
Jij ziet mij staan en ik ontwaak.




Herladen en opladen

Een tijdje terug schreef ik over mijn hoofd. Ik had het gevoel dat het niet meer werkte zoals ik dat gewend was. Afgelopen weken leerde ik dat dat ook zo was. Mijn hoofd, of eigenlijk mijn lichaam, gaf het sein “rood”. Vol in de remmen. Terug naar start. Maar waar was start?

Via via kwam ik terecht bij een psycholoog. Volop in de adrenaline zat ik daar, op zoek naar een oplossing voor mijn hoofd. Mijn hoofd dat stuk was. Geluiden niet meer wilde horen. Kinderstemmen verafschuwde. Getik van de regen op de ramen mij uit mijn vel deed springen. Ademhaling was al teveel. Ik zat en vertelde.

Ik ben twee manden verder. Voor mijn gevoel nog niet veel verder omdat ik eerst terug moest. Terug naar af. Terug naar start. Alleen die terugweg kost tijd. Want wat is start? Waar is het begin? Wat moet ik doen? Moet ik iets doen? Maar hoe dan?

Ik heb veel geleerd en weinig gedaan. Voor mijn gevoel en in vergelijking met de afgelopen 15 jaar. Zolang geleden is het exact vandaag dat ik daar was in dat ziekenhuis op de Prinsengracht. Ik zie mij nog rijden in mijn nieuwe rode lease auto. Carrière in het vooruitzicht, glanzend als mijn rode bolide. Totdat de wereld ineens op zijn kop stond. En mijn leven bestond uit zorgen maken en zorgen voor. Ik deed het met liefde en volharding, zonder twijfel. Vergat alleen terug te schakelen na die zware tijd.

Mijn psycholoog leert mij dat na trauma herstel nodig is. Klinkt logisch. Soms moet je door. Van jezelf, omdat je omgeving jouw zo ‘ sterk’ vindt, omdat je jezelf wilt bewijzen, omdat…. En dan komt een trauma niet alleen. Er gebeuren meer dingen waarvan je niet goed herstelt, die je niet verwerkt. Het stapelt zich op en de rem kun je niet vinden.

Totdat je eigen lijf je in de steek laat. En dan moet je wel. Op zoek naar de rem. Op zoek naar start. Op zoek naar energie. Van de zesde versnelling naar de eerste. “Moeten” uit je agenda schrappen. Je agenda schrappen. En zoeken naar de balans. Energie geven en energie krijgen. Jezelf de vraag durven stellen. “Waar word ik gelukkig van?”

Jezelf herladen en opladen. De batterij kreeg namelijk niet genoeg tijd om op te laden. En was steeds sneller leeg. Zoals een oude iPhone binnen een mum van tijd weer leeg kan zijn. Gelukkig is de batterij van een mens gemaakt om een leven lang mee te gaan. Als je er maar goed voor zorgt!

Dun als ijs

In mijn agenda lege vakjes
volgende week, de maand erna.
Ik ben gewend ze gevuld
te zien.
De vakjes die de uren, de dagen
voorstellen tot ze voorbij gegaan
zijn in de tijd.

Leven in het nu, het stipje
is vandaag, niet op de horizon.

Staan op dun ijs en wachten
tot het dikker wordt.
Mijn schaatsen moeten wennen
aan het geknisper en ik,
ik ook.

Dus duw ik voorzichtig mijn
eerste voet langzaam in de
richting waar ik heen wil.
Niet te snel, het ijs ligt er nog
maar net en kan teveel nog
niet verdragen.

Ik wil mijn vakjes vullen en
sneller, harder, mooier schaatsen
maar besef dat mijn ijs moet
groeien, herstellen, dikker worden.

Mijn vakjes mogen nog
even leeg zijn
en zich vullen met het moment
Het ijs wordt vanzelf weer sterk
en krachtig
tot het mij en mijn leven
dragen kan.

De vakjes in mijn agenda
worden dan weer stipjes aan de
horizon.

Elastieken tijd

Ik ben één van die mensen die altijd te laat komt. In elk geval ben ik vaker te laat dan op tijd. Als ik op tijd ben, dan ook heel erg op tijd. Lees: een tijdsspanne goed genoeg om de omgeving te verkennen op zoek naar een coffee to go. Sinds mijn hoofd het wat vaker laat afweten ben ik in evenredig stijgende lijn ook slechter met de tijd. Door de chaos in mijn hoofd wijzer geworden, beheer ik met miniscule tijdblokken mijn agenda. Alles staat er in. Afspraken met mezelf en afspraken met anderen. Verjaardagen en andere belangrijke data waarop je geacht wordt iemand te feliciteren of een hart onder de riem te steken. Sportmomenten thuis en met anderen.

Toch neemt de tijd doorgaans een loopje met mij. Ik reken keurig terug wanneer ik moet vertrekken, eten, koffie zetten, aankleden, tandenpoetsen om zo op het moment te komen dat ik mijn wekker moet zetten. In mijn hoofd deel ik mijn activiteiten op in tijdsblokken. Het past altijd keurig. Tot het moment van vertrek. Plotseling is het net iets later dan gepland. Haastig jas aan, schoenen aan. Fietssleutel….waar is mijn fietssleutel? Graaiend in het bakje met sleutels pijnig ik mijn hersens. Wanneeer heb ik mijn fiets op slot gezet? Wat had ik aan? Van bakje ga ik over naar jaszakken en handtassen. Gevonden. Vijf kostbare minuten. Een half uur duurt het fietsen naar mijn afspraak. Tenminste, op een mooie zomerdag zonder wind, toen ik mijn tijden altijd klokte op mijn sporthorloge. Het waait. Een gure wind pal tegen. Onderweg kijk ik elke honderd meter op mijn horloge. Welke route is de snelste? Waarom weet ik dat nu niet meer? De minuten tikken sneller weg dan ooit. Mijn jas is te warm. Ineens stijgt het rood naar mijn wangen. Een mondkapje! Vergeten in de zoektocht naar mijn sleutels. Mijn telefoon zit gelukkig in mijn jaszak. Bellen tijdens het fietsen staat nog steeds een stevige boete op, dus ik stop en bel een vriendin. ‘ Kun je mij redden?’ Dat kan ze.

Verwoed trap ik op mijn pedalen. Ik denk aan het gesprek dat ik laatst had. ‘ De rek is er uit.’ Het betrof mijn hoofd. Stiekem moet ik lachen. De rek is dan misschien wel uit mijn hoofd, maar mijn elastieken tijd, die blijft!

Noot van de auteur: ‘djam karat’ betekent in Indonesië ‘ elastieken tijd’. Ik hou het er maar op dat een deel van mijn achtergrond meespeelt in bovenstaand verhaal, dat exemplarisch is voor mijn vele te laat kom momenten. De tijd zal het leren!

Als je hoofd het niet meer doet

Denken, piekeren, peinzen, beslissen. Het voelt verdoofd, verward en niet van mij. Sinds kort ben ik het vertrouwen kwijt in mijn hoofd. De buitenkant doet het nog prima. Ik zie er geen dag ouder uit dan ik ben. Mijn ogen kunnen nog lachen, al kost het steeds meer moeite. De rimpeltjes zijn nog vriendelijk. De binnenkant is een heel ander verhaal.
Een meneer die er verstand van heeft vertelde mij een aantal jaren geleden dat ik veel in mijn hoofd zit. Zijn pogingen om meer bij mijn voelen te komen stuitten op argwaan. Voelen, bedacht ik, doe ik wel in mijn eigen tijd. Ik vertrouwde op mijn hoofd. Op mijn denken, mijn intelligentie en mijn volstrekte vertrouwen dat mijn brein mijn beste vriend was.

Nu wil mijn hoofd niet meer. Het voelt alsof mijn hersenen mij voor de gek houden. Ik vergeet, ik pieker, ik kan de uitknop niet meer vinden. Het geluid van ademhalen aan de andere kant van de kamer is al te veel. Gesprekken worden snel een kakofonie van een massasprint. De herinnering aan wat gezegd werd dompelt zich onder in mist. Ik lijk de controle te verliezen.

In allerijl komt mijn gevoel om de hoek kijken. De meneer van weleer zou eens moeten weten. Alleen is dit niet wat ik wil voelen. Paniek. Verwarring. Boosheid. Onrust.

Het is de val. Met mijn hoofd op de plavuizen. Het is een trauma. Het ziekenhuis, de dood. Het is stress. Ik werk te hard, ik doe te veel. Te veel alleen. Alle ballen in de lucht. Ik weet niet wat het is. Ik weet alleen dat mijn hoofd overuren maakt en ik het stil wil zetten.

Rust. Ruimte. Niets. Even niets. Totdat mijn hoofd het weer doet.

Emoties

De laatste blog die ik schreef is alweer een paar maanden terug. Een paar maanden. Soms zijn ze voorbij in een fractie van een seconde, soms duren ze een eeuwigheid. Op 12 mei rende ik de halve marathon van Utrecht voor een goed doel, het KWF. Maar vooral voor een jongetje van net zes jaar oud, Lester.

Een maand verder. Het gaat niet goed met Lester. Helemaal niet goed. Dat heeft op iedereen in zijn omgeving enorme impact. Niet in het minst bij zijn ouders. Emoties. Iedereen kent ze en iedereen gaat er anders mee om. Emoties worden omschreven als gevoelens die door een bepaalde situatie opgeroepen kunnen worden. In dit geval een vreselijke situatie, waarvan je al snel denkt dat niemand er tegen opgewassen is.

Verdriet doet rare dingen met mensen. Boosheid, vreugde en angst trouwens ook. Als ik naar mijzelf kijk, dan zie ik uiterlijk nooit zoveel. Ik ben niet iemand die extreem boos, blij, bang of verdrietig is aan de buitenkant. Emoties zijn niet altijd in iemands gedrag of expressie te herkennen. Dat betekent niet dat ze er niet zijn.

Veel emoties zijn te herkennen in de liefde. Liefde is een intense emotie. Het is ook een subjectieve emotie. Waar de één liefde voelt, kan de ander hoogstens sympathie opbrengen. Waarbij we ook nog het onderscheid moeten maken tussen liefde en verliefdheid. Die laatste is, als je het sterk reduceert, een sterke chemische reactie in de hersenen. Maar wel eentje die sterke emoties kan laten zien.

Toen ik jonger was, verwarde ik liefde met verliefdheid. Als ik dat door zou trekken naar het heden heb ik veel liefdes gekend. Met het ouder worden begin je het onderscheid te maken tussen liefde en verliefdheid. Allebei is overigens nog steeds heerlijk. Mijn grootste liefde is nog steeds de vader van mijn kinderen. Mijn diepste liefde is die ik heb leren kennen sinds de geboorte van diezelfde kinderen. Liefde heb ik ook voor mijn sport, zij het wat minder intens. Liefde voor vrienden en familie, voor eten, voor reizen en avonturen beleven. Liefde voor het leven zelf.

Alle soorten van liefden wekken emoties op. Zeker als de liefde je wordt afgenomen, op welke manier dan ook. Met je ratio kun je na verloop van tijd je wonden likken en verder gaan. Alleen die ene, allesomvattende liefde voor je kinderen. Die zou niemand af mogen nemen. Zelfs al blijft die liefde voor altijd in je hart en in je diepste gevoel bestaan.

Dat is de oneerlijkheid van het lot.

 

Rennen voor Lester

Lester is een vrolijk, slim joch van vijf, bijna zes. Heel veel ouder zal hij niet worden. Dat hebben zijn ouders pas gehoord.

Vlak na zijn vierde verjaardag, belde zijn moeder mij. Ik weet het nog goed. Ik stond voor de ingang van het hoofdbureau van politie in Den Haag. Een statig gebouw tussen de ambassades in. Ik had een afspraak met mijn leidinggevende daar over mijn toekomst.

Ik had al meerdere gemiste oproepen van haar. We zouden koffie gaan drinken de dag erop. Ze belde niet zomaar was mijn gevoel. ‘Lester had pijn in zijn been tijdens de vakantie op Curaçao en was hangerig’ vertelde mijn vriendin. Na een bezoekje thuis aan de huisarts, een onderzoek in het OLVG West en een directe doorverwijzing naar het Prinses Máxima Centrum was het duidelijk. Lester kreeg de diagnose ‘neuroblastoom fase 4’ . Ik had er nog nooit van gehoord. Het blijkt één van de meest agressieve vormen van kanker bij jonge kinderen te zijn. Hoe ouder, hoe minder kans van overleven. Oud is in dit geval een relatief begrip. Vier was oud, begreep ik.

Lester ging een zware periode tegemoet. Zijn ouders misschien nog wel zwaarder. Onzekerheid, leven met de dag, wachten op uitslagen, eindeloze ziekenhuisbezoekenen opnames, Lester troosten en steunen bij alle pijnlijkebehandelingen, dagelijks aanmoedigen om heel vieze medicijnen te nemen, elke dag zorgen om het eten dat zo moeizaam ging. Spelen in het ziekenhuis (als er energie genoeg voor was).

Pappa bleef werken en zorgde thuis voor Lesters broertje, die acht maanden oud was toen de diagnose werd gesteld. Samen gingen ze zo vaak als ze konden naar het ziekenhuis, ook om mamma’s afgekolfde melk te halen. Met hem ging het gelukkig goed. De spannende tijd na zijn geboorte in het ziekenhuis was voorbij. Lesters broertje bleek een zeldzame aangeborenaandoening te hebben, het PraderWilli syndroom. Daarmee begon het medische leven van het gezin van mijn studievriendin.

Mijn eerste bezoekje aan het Prinses Máxima Centrum, toen nog gevestigd in het Utrechtste Wilhelmina Kinder Ziekenhuis, was confronterend. Kleine kinderen aan ‘palen’ door de gang rennend, kale koppies in de armen van hun ouders. Ik herinner mij nog goed de kamergenoot van Lester. Een jaar ouder en een jaar verder in de behandeling vond hij zichzelf erg groot en wijs. ‘ Kan hij niet even stoppen met huilen?’ wees hij naar Lester. Van Lesters moeder hoorde ik laatst dat hij een jaar geleden is overleden.

Wanneer ik het terrein afsloeg naar de afdeling van Lester, was daar een grote bouwput. Ik leerde al snel dat daar het Prinses Máxima Centrum zou komen. Een mooi, nieuw gebouw waar kinderen en ouders hun eigen kamer kregen zodat in moeilijke tijden ze ook hun privacy zouden hebben. Op 18 mei 2018 werd het centrum in gebruik genomen. Lester was één van de eerste patiëntjes. De kamers waren ruime en lichte tweekamerappartementjes, met een balkon en de broodnodige privacy. Nu konden Lesters pappa en broertje ook soms blijven slapen.

Met Lester ging het eigenlijk best goed. Als je de talloze pijnlijke, vervelende behandelingen en de nare bijwerkingen niet meerekende. Hij hield zich steeds vaker sterk voor de zoveelste prik, MRI-scan, narcose, chemokuur en verder gepruts aan zijn kleine lijf. Er gloorde hoop aan de horizon.

Tot het najaar 2018. Op de dag dat Lester zijn ‘bloemkraalceremonie’ zou krijgen kwam het slechte nieuws. Er was toch een klein plekje gezien. Alsdonderslag bij heldere hemel. Met zon snel recidief zijn de kansen uiterst klein, maar Lesters ouders gaven de hoop niet op. Lester zou mee doen in een experimentele studie. Maar dat werkte niet. De kanker was hardnekkig.  

Oud & Nieuw 2019.

Wij vierden het met dubbele gevoelens. Lester was de hele middag en avond overactief rondjes aan het rennen en had het prima naar zijn zin met mijn dochters. Het voelde vreemd om elkaar een ‘gelukkig nieuwjaar’  te wensen om 12 uur ’s  nachts. We deden het toch en trokken de champagne open.

Tot deze vrijdag. Een FaceBook bericht over de (halve) marathon van Utrecht had mijn aandacht getrokken. Ik zocht nog naar een leuke halve als training voor mijn traithlon’s. En waarom het rennen niet verbinden aan een goed doel? Het was 1 maart, mijn trouwdatum. 17 jaar geleden. Vijf jaar getrouwd geweest. Tot kanker een einde maakte aan mijn huwelijk. Een mooie symbolische dag om het KWF te steunen. Ik las verder en zag dat dit jaar het sponsorgeld naar het Prinses xima Centrum zou gaan. Ik dacht aan Lester en appte zijn moeder. Mag ik iets over Lester vertellen? Ik hoorde niet direct iets terug.

‘s Avonds lichtte mijn telefoon op. In de groepsapp van Lester verscheen een bericht. De uitslagen van de nieuwe scans waren negatief. De ziekte is nog steeds actief en heeft nieuwe plekjes gemaakt. De tumor in Lesters been is weer groter geworden. Dus ook het nieuwe medicijn dat Lester zes weken lang moedig heeft geslikt heeft geen effect gehad. Alle hoop is vervlogen. Tijd rekken en genieten van de dagen die hij nog heeft is de boodschap.

Zoals Lester zijn er jaarlijks 600 kinderen die kanker krijgen. 1 op de 4 overleeft het niet. In 2014 namen zorgprofessionals en ouders een initiatief dat leidde tot het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Met een heldere missie: ‘ieder kind met kanker genezen, met optimale kwaliteitvan leven’.

Helaas is het zover nog niet. Daarom is er nog steeds geld nodig voor onderzoek. Uniek is dat zorg en onderzoek hand in hand gaan bij ‘het Máxima’. In hun heldere missie en visie leggen zij uit wat dit betekent voor kinderen en hun ouders.

Voor Lester en zijn ouders en broertje biedt het Máxima nu nog de beste zorg en naar ik hoop ook nog zoveel mogelijk kwaliteit van leven. Voor Lester te kort. Veel te kort. Voor andere kinderen, met steun van donaties van vrienden, familie, collega’s, kennissen en zelfs onbekenden misschien nog hoop. En in de toekomst de missie volbracht.

Op zondag 12 mei loop ik 21 kilometer voor Lester. Het geld dat ik daarmee ophaal gaat naar het Prinses Máxima Centrum. Vóór kinderen, tegen kanker. Namens Lester, zijn mamma en pappa en zijn broertje van twee, bedankt voor je bijdrage. Het helpt!!

De kick van een triathlon

47b25e2a-36fe-4bb9-9c2e-f1c0cb04dd30

En dan sta je ineens in de Margriet. Volgens betrouwbare bron één van Nederlands grootste en oudste weekbladen. ‘Voor vrouwen van alle leeftijden’ zegt Wikipedia. In mijn beleving is, tot op de dag van vandaag, de Margriet een blad dat mijn tantes lazen (en misschien nog steeds lezen) toen ik jong was. Ik las liever de Viva. En later, toen ik wat meer te besteden had, de Cosmo. Mijn jongste dochter leest trouwens nu de Cosmo Girl. Het bestedingspatroon is mee geëvolueerd.

De Margriet dus. Een interview in de rubriek Happy & Healthy waarin ik vertel over over de kick van triathlon. Want dat geeft het mij nog steeds, een kick! Na mijn tweede sprint triathlon in het najaar, besloot ik ervoor te gaan. Coach Josta deed mij een mooi aanbod. Zij zou mij coachen door voor wekelijkse trainingsschema’s te zorgen, ik mocht deelnemen aan haar trainingen en we zouden toewerken naar de Ironman Olympische Afstand in Zürich in de zomer van 2019. Al snel werd het doel verlegd. Na Zürich komt Mallorca. Een halve triahtlon in het vooruitzicht vergt een serieuze aanpak!

De econmische crisis vond, en vindt, zich vooral plaats op mijn bankrekening want oh, wat kun je je verliezen in deze sport. Inschrijfgeld voor een wedsttijd loopt al gauw tegen de vijftig euro en voor een wat grotere wedstrijd al snel richting de tweehonderd euro. Dan is er nog de coaching, het trainen in een groep, de kleding (winterkleding blijkt voor rennen en fietsen toch ook wel handig), toch nog een nieuwe helm, een metertje voor op de fiets (ik weet nu wat RPM is dus dan wil ik dat wel bijhouden). En dan doe je een bikefit. Als absolute beginner kocht ik in het voorjaar een in mijn ogen prachtige racefiets. Ik vond het een wereldschokkend bedrag dat ik uitgaf, niet wetende dat sommige triathleten met gemak het drie of viervoudige uitgeven. Trots heb ik deze zomer wat tochtjes gemaakt op mijn Liz. Fietsen hebben namelijk een naam, net als auto’s. Ik moet zeggen dat ik het heel vermoeiend vond, die ritjes buiten. Ik weet het aan mijn ongetraindheid en daar zit ook best een grote kern van waarheid in. De bikefit dus. Voor de echte leken onder ons: dat is een meting van zo ongeveer alle onderdelen van je lichaam. Stukjes arm, stukjes, been, hele benen, romp, handen, totale lengte, etc wordt gemeten. Al die gegevens stopt men in een computer en daar rolt een fiets uit. met de perfecte maten! Volgens de bikefit dus, was ik redelijk in proportie. Wel erg klein, maar dat was geen nieuws. Voor mij althans. Mijn fiets mocht mee en werd ook gemeten. Helaas waren wij geen match, Liz en de computerfiets. Liz is te groot. Of ik te klein. het is maar net hoe je het bekijkt. De economische malaise duurt nog even voort, gezien het feit dat Liz inmiddels op internet in de uitverkoop is gedaan. Ik hoop dat Liz een mooi tweede thuis krijgt. En ik een passende nieuwe Liz.

7c871012-4ac7-4cdb-a12f-c9ac573ec709

Intussen kijk ik uit naar mijn trainingsweek op Lanzarote. Want ja, er is volop keuze in trainingsweken op prachtige eilanden waar de zon schijnt als wij hier dieper onder onze dekbedden duiken. Wie wil dat nu niet? Dus heb ik een volledig verzorgde week geboekt naar het trainingswalhalla voor triathleten. Zwembad voor de deur, zee in de verte, ruime asfaltwegen door de bergen en, dat stond niet in de flyer, altijd wind. Laat ik daar nu een bloedhekel aan hebben! Wind doet mij denken aan eindeloze fietsritjes naar school. Altijd wind tegen. Heen en terug. Op een tweedehands gifgroene fiets, Te groot. Toen al.  De fietskoffer (waar is de tijd dat je gewoon een kartonnen doos om je fiets deed?) is gehuurd, de paklijst en het trainingsschema kreeg ik per mail. Ik heb de bijlage nog niet geopend. Ik ben bang dat ‘relaxen’ niet in Excel past. Op mijn telefoon heb ik de weer app van Lanzarote al tevoorschijn getoverd. Warm is het zeker, dat scheelt.

Terwijl ik dit stukje tik aan de keukentafel zie ik in mijn ooghoek het aangeschafte whitebord staan. Keurig per week en per sport een schema. Wat ik welke dag moet doen, ik kan er (letterlijk) niet omheen. Ik zie, en weet, dat vandaag ik nog had moeten fietsen. Drie kwartier op de Tacx, binnen. Het is er niet van gekomen. Ik moest naar de Albert Heijn, de laatste Margrieten scoren! En daarna een blog schrijven, want er staat namelijk in een van de eerste zinnen dat ik ‘ oprichter’ ben van mijn blogjes. Dan kan ik vrouwelijk Nederland niet zonder laten zitten.

En waar is die kick dan, hoor ik je denken? Die kick van triathlon? Het kost tijd, het kost (heel veel) geld, je wordt er best heel moe van, je ‘moet’ bijna elke dag trainen. De kick komt vaak als je er niet aan denkt. Afgelopen zaterdag wilden mijn dochters mee naar de Watt bike training. Een soort spinning. Binnen knallen op een fiets. Denk type hometrainer uit de Wehkamp van vroeger. Ik waarschuwde dat er na het fietsen ook nog een duurloopje op het programma stond. Ik pakte een tas met kleding in en we fietsen in de vroege ochtend naar het sportcomplex. Drie kwartier later zag ik alleen nog maar verhitte hoofden en bezwete lichamen. We trokken onze loopkleding aan. ‘ Weten jullie het zeker?’  vroeg ik. ‘ We gaan nog drie kwartier lopen.’ We gingen op weg. In rustig tempo liepen we richting het water. De zon scheen en je hoorde alleen de hijgende ademhaling van ons groepje. De lucht was helder en blauw. Ik liep met mijn dochters samen, buiten. Ik was blij. De endorfines deden hun werk. Zo’n moment. Dat is de kick die traithlon heet. Voor mij niet alleen de wedstrijd, het neerzetten van een goede tijd. Op zaterdagmorgen met mijn dochters fietsen en rennen. Samen. Op weg naar Zürich. Op weg naar Mallorca. De reis ernaartoe is alles waard.

 

Powervrouw

IMG_2443

Een paar weken terug alweer postte mijn triathloncoach een bericht op Facebook: de ‘power woman van de week’. Mijn foto lachte mij tegemoet. Ik had hem haar zelf gestuurd. dat wel. Ik werd een beetje verlegen van haar verhaal erbij. Alleenstaande moeder met twee puberdochters…. spannende sportieve doelen voor het nieuwe jaar. Power woman. Het klinkt wel stoer.

Er zijn van die momenten dat ik mezelf ook zo voel. Net na een training, als de endorfines en adrenaline door mijn lijf gieren. Dan voel ik mij nog steeds om en nabij de 20. Net zoals mijn aardige TomTom app zegt. ‘ Uw fitness leeftijd is….(sterretjes) 20! Gefeliciteerd en ga zo door; je kunt je VOmax nog verbeteren.’ Tot voor kort had ik geen idee wat dat was, een VO max, maar sinds ik vorige maand een sporttest heb gedaan, weet ik dat het iets zegt over mijn conditie. Of zoiets. Die leeftijd daarentegen, die spreekt mij wel aan! Powervrouw. Als de wekker gaat en mijn trainingsschema zegt dat er een ‘ ochtendloopje’  op het programma staat, duik ik het liefst nog veel dieper weg in mijn warme dekbed. Met veel moeite krijg trek ik mijn hardloop kleding aan. Ik werk een beetje yoghurt of een banaan naar binnen. Trotseer de eerste kou bibberend. Als ik dan een beetje warm gelopen ben, dan voel ik mij stiekem ook wel een power woman. Stiekem.

Er zijn zelfs van die dagen dat alles zo voelt. Als ik ’s ochtends in alle vroegte ontbijtjes maak, mijn eerste mailtjes weet te beantwoorden en met mijn verse cappucino voor de files de auto in duik. Als ik op mijn werk nuttige dingen doe en ik ondertussen tijd vind om mijn meisjes succes te wensen met hun proefwerken. Als ik na het werk boodschappen doe, met mijn jas nog aan sta te koken en luister naar de verhalen van mijn dochters. Als ik de wasmachtine aan het werk zet, huiswerk overhoor en vervolgens op weg ga naar het zwembad om tot de late avond onderworpen te worden aan het strenge regime van mijn triathloncoach. Als ik tegen middernacht met natte, warrige haren weer onder mijn dekbed verdwijn. Dan voel ik mij een power woman. Stiekem.

Er is altijd een andere kant van de medaille.

Bijvoorbeeld die woensdag begin november. Na mijn halve marathon eind oktober verkeerde ik in hogere sferen. Ik schreef mij in voor talloze loopjes in de herfst en wintermaanden en dacht na over ‘de halve van Egmond’. Die woensdag dus. Voor mijn werkafspraak zou ik nog een uurtje kunnen rennen. Het was heerlijk weer dus vol goede moed begon ik. Al tijdens de eerste kilometers voelde ik een vreemd gevoel in mijn linker enkel. Powervrouwen geven niet zomaar op, dus liep ik door. Halverwege stopte ik toch even om een paar minuten te wandelen. De pijn werd niet minder, eerder erger. Toen ik aanzette om weer verder te lopen deed het helse pijn. Ik was net op het verste punt van mijn rondje, dus stoppen had geen zin. Dacht ik. Uiteindelijk kwam ik hinkend en strompelend thuis aan. Dit voelde niet goed! Direct de dichtsbijzijnde fysio gebeld. ik kon de volgende ochtend terecht. Inmiddels kon ik niet meer lopen en hinkelde het huis door. Vier trappen op en af waren geen pretje, powervrouw of niet. Na bezoek aan fysio, sportmasseur en sportarts zat ik thuis met een doos pijstillers en ontstekingsremmers. Rennen kon ik wel vergeten.

En dan is het herfst. Weg zon, weg stralende blauwe luchten. Grijs is niet mijn kleur. Nooit geweest ook. Het is donker als mijn wekker gaat en donker als ik thuis kom. Ik heb geen zin meer in gezonde salades en frisse bakjes kwark. Die zak M&M’s smeekt om opengemaakt te worden. De muffin’s bij de bakker kijken mij dringend aan. ‘Eet mij! Eet mij!’ lijken ze te roepen. Mijn zomerse sixpack verbergt zich langzaam maar zeker onder een warm dekentje.

Gelukkig is daar, in de winterse duisternis, mijn triathlon coach. Degene die mij powervrouw noemt. En zelf een powervrouw is! Met haar roedel van twee kleine kinderen, twee witte herders en een man leidt ze haar bedrijf en spoort ze mij een paar keer in de week aan om ‘ toch nog even dieper te gaan’. Tot het zweet letterlijk uit mijn ogen loopt.

Power woman. Soms wel, soms helemaal niet. Alleen is eerlijk gezegd ook best zwaar. Het heeft ook zo z’n voordelen (ik ben de baas en overleggen hoeft niet) maar kost ook bakken met energie. En eerlijk is eerlijk, ik had het liever samen gedaan. Je hebt het niet altijd voor het kiezen. Dus doe je je best. En soms een beetje beter dan je best. En dan is daar soms dat moment. Je loopt, je fietst of je zwemt en je voelt het! De flow, de cadans, de kracht of energie. Het maakt niet uit hoe je het noemt. Ik noem het triathlon!

95f9671f-80f4-4241-a670-f1c7d32c65c5

 

Het avontuur tegemoet

Tijdens het lopen vanochtend filosofeerde ik wat over mijn nieuwe plannen. Sportieve plannen, plannen op het gebied van mijn werk, plannen waar ik al mee bezig ben (de ‘doe’ fase), vakantieplannen. Ik kwam tot de ontdekking dat ik altijd wel bezig ben met (nieuwe) plannen. Tijdens een opleiding van mijn werk, afgelopen week, maakte ik een kwadrant. Iets in het kader van groepsdynamica en kennismaken met elkaar. Het vierde kwadrant ging over ‘jouw perspectief’. Ik schreef het eerste op wat mij te binnen schoot: ‘Avontuur’.

IMG_1858
Het kwadrant

Nu ben ik niet van het bungee jumpen en parachute springen zul je mij ook niet zien doen. Hoogtevrees is zo’n dingetje en ik blijf liever met beide benen op de grond. Ik kan mij nog levendig (gelukkig wel) een klimcursus herinneren. Dochterlief klom een paar keer per week als vlieg de wand op. Ze hoefde mij geen twee keer te vragen of ik een cusrsusje wilde doen. Geen acht slaand op mijn hoogtevrees die al begon op het klimrek in de gymzaal ruim dertig jaar geleden klom ik dapper tegen de wand op. Dat ging best soepel. Ik daagje mezelf uit, dat avontuur weet je wel, om tot bovenin te klimmen. Dat moment dus. Dat ik besefte dat ik zo’n twaalf meter aan een paar miniscule blokjes hing met mijn vingertoppen in knellende te kleine schoenen. Want dat hoort. Tussen mijn oogharen door keek ik de afgrond in. Mijn stem sloeg over en piepend bracht ik het commando uit wat betekende dat ik weer naar bedenden wilde. Mijn maag zat ergens op de verkeerde plaats. Beneden besloot ik dat dit soort avontuur niets voor mij was. En sloot meteen alles wat met hoogte te maken had uit. Dus geen bungeejumpen, parachute springen en zelfs geen Walibi achtbanen voor mij. Dat avontuur mag iemand anders lekker doen.

Maar wat is dan wel avontuur voor mij?

Avontuur staat voor mij gelijk aan nieuwe dingen doen. Mezelf uitdagen. Nieuwe doelen stellen. Plannen maken. Bewegen en niet stilzitten. Maar het moet wel een beetje leuk blijven. ‘ Leuk’  is eigenlijk een stom woord. Een ander woord kan ik niet bedenken. Ik kan het omschrijven als: ‘ ik wil er blij van worden’. Ik wil een lach op mijn gezicht als ik het gedaan heb. Of zelfs als ik bezig ben. Daarvoor wil ik best zenuwachtig zijn of even mijn grenzen op moeten zoeken. Helemaal niet erg. Als die lach er maar komt.

IMG_1849
Wentelteefjes met bosbessen ontbijt

Een half jaar geleden hield ik het niet voor mogelijk. Zondagochtend de wekker om half acht zetten, een halve banaan en een espresso naar binnen werken en naar buiten. Zes graden Celcius, de rijp op de grassprieten en 13 kilometer rennen. vervolgens bij de bakker naar binnen struikelen en hem een halfje brood vragen (pasje vergeten, ik kom straks wel betalen). Thuis komen en een uitgebreid ontbijt voor mijn dochters maken. Wentelteefjes, vers geperste jus d’orange. En ja, die lach op mijn gezicht. Een klein zondags avontuurtje.

Een wat groter avontuur vond ik op internet. Inmiddels heb ik een professionele traithloncoach. Zij maakt schema’s voor mijn trainingen. In een mooi Excell staat welke training ik wanneer moet doen en hoe lang. Heerlijk overzichtelijk. Ik mag de vakjes inkleuren. Groen is ‘gedaan’, rood is ‘niet gedaan’ en geel is ‘anders’. Ik verheug mij er nu al op! Mijn coach wil ook graag mijn sportieve plannen weten voor komend seizoen. dan kan zij namelijk de schema’s daarop aanpassen. Op internet struinde ik de triathlon kalaneders af. Tijdens het struinen werd ik ook maar gelijk lid van de Nederlandse Triathlon Bond. Als ik dan toch bezig was. En met een paar klikjes kon ik mij inschrijven voor wat loopjes. En ja, als ik dan toch lekker aan het klikken was. De Olympisch Stadionloop, de Bosloop in het Amsterdamse Bos waren zo gepiept. ‘ Is de halve marathon van Egmond niet iets voor jou?’ vroeg een collega. Ik dacht aan januari, kou en mul zand. Maar ach, als je dan toch bezig bent.

Image-1Inmiddels heb ik samen met mijn coach en trainingsmaatje een mooi lijstje gemaakt. En waar de kers op de taart onze deelname aan de Iron Man Olympische Afstand in Zürich was, lokt nu een nog wat avontuurlijker kers. Ik ga mij inschrijven voor de Challenge halve triathlon in Mallorca, oktober 2019. Een avontuur waar ik van oor tot oor van grijns Een spannend avontuur, want veel en ver: 2,8 km zwemmen, 90 km fietsen en 21 km rennen. Als ik er aan denk kriebelt het al in mijn buik. Er valt nog heel wat te doen voor die tijd. Het is iets groter dan een klein, zondags avontuurtje. Het is een groot avontuur (en op zaterdag). Dat begint vandaag, bij die lach op mijn gezicht als ik het ontbijt voor mijn meiden maak. Happy & healthy!*

*Geen grap, dat is een rubriek in de Margriet, dat blad wat je moeder en je tantes lazen toen je klein was. En waarvoor ik binenkort geïnterviewd wordt. Keep posted!

IMG_1764
Met Pauline uit Zwitserland, finish halve marathon Amsterdam

 

 

 

Doe maar een halfje…

IMG_1547.JPG

Twee dagen voor de zondag van mijn eerste halve marathon. Het woord alleen al, marathon, klonk mij een paar maanden geleden nog in de oren als iets van een andere planeet. Voor lange, dunne  mannen en vrouwen met benen als stokjes die al jaren niets anders doen dan rennen. Een soort Forrest Gump types. Ze lijken ook nooit moe te worden in mijn ogen. Ik kan mij het moment niet eens meer herinneren, nog niet zolang geleden, dat ik mjn laptop opende en de website van de Amsterdam marathon bekeek. Voor ik met mijn ogen kon knipperen had ik mezelf ingeschreven. Voor de halve, dat dan wel.

Eind augustus deed ik mee met de Ouderkerker triathlon. Het was spannend en heerlijk tegelijkertijd. Mijn eerst medaille was binnen en het lopen ging boven verwachting. Daarna, tijdens mijn vakantie in Spanje, probeerde ik in de verzengende hitte rondjes te lopen. Verder dan zes of zeven kilomer kwam ik niet. Terug in Nederland ging ik trouw naar mijn maandagavond loopclubje. Deze mannen en een enkele vrouw trainden al een tijdje voor de Dam tot Dam loop en voor de (halve) marathon. Ik liep altijd een beetje achteraan en besloot de daaropvolgende weken mij aan het opgelegde schema van drie keer per week trainen te houden.

 

Tot mijn grote verbazing maakte ik snel vorderingen. De duurloopjes werden langer en een uur lopen leek ineens korter. Af en toe kwam ik in die gekke gewaarwording van de  ‘runners high’ . Het lijkt dan of je voeten zweven over het asfalt en het lopen je geen enkele moeite kost. Tot mijn teleurstelling duurt het altijd een flinke tijd voordat het zover was en gaat het ook te snel naar mijn zin weer over. Niet geklaagd, ik weet nu wat het is! Totdat dus die dag kwam dat ik mij inschreef en mijn startnummer ontving: 337283. Ik start in het oranje vak, volgens de mailing, ergens in de buurt van het Olympisch Stadion.

 

Tot twee weken geleden leek het nog ver en trainde ik lekker verder. Af en toe een fietstochtje er bij en wat krachttraining. Toen kwam de boodschap: ‘ je moet nu afbouwen en veel rust nemen’. Aangezien ik de hele zomer bijna elke dag wel iets aan sport deed en een rustdagje bijna een uitzondering was, draide de wereld ineens om. Thuis komen en niets doen? Maximaal een half uurtje rustig lopen? Geen krachttraining, niet (te ver) fietsen… ik werd er nerveus van. Terwijl iedereen om mij heen vol vertrouwen was en is over mijn komende prestatie werd ik almaar nerveuzer. Ik voelde ineens overal pijntjes, liet mij uitgebreid masseren bij een ervaren sportmasseur (‘ nee, je mankeert niets, alle spieren voelen prima aan’ ) en at ik braaf mijn koolhydraten. ’s Avonds lag ik op de bank en vroeg ik mij af hoever 21 kilometer ook alweer was. Zeker twee uur achter elkaar rennen. Het leek mij ineens heel lang en heel ver…. Ik maakte mij zorgen over plotselinge plas aandrang en droomde zelfs over rijen Dixies die allemaal op slot waren. En nergens een bosje!

Op Facebook zag ik doorlopend berichtjes over mensen die ook meedoen. Nee, niet de halve. De hele, die is voor de echte helden!  Tenminste, dat maakt ik uit op de posts die ik las. En nu is het vrijdagavond, minder dan twee dagen voor de start. Ik heb net een klein half uurtje gelopen. Het ging voor mijn gevoel voor geen meter. Een berichtje op Strava (een app voor lopers, fietsers en zwemmers) zorgde voor enige opluchting. Blijkbaar is het normaal om je zo te voelen. Dat ‘ taperen’ (in normale mensentaal gewoon niet zoveel sporten en lekker veel rusten) geeft blijkbaar deze gevoelens. Misschien is het de fameuze generale repetitie?

Morgen ga ik mijn startnummer ophalen. Lekker op de fiets richting Olympisch Stadion en even de sfeer proeven van het evenement. Daarna ga ik mij bedwingen om het hele huis schoon te maken of kasten uit te ruimen. Stel je voor dat het in mijn rug schiet? Of dat ik bij het vouwen van de was in een kramp terecht kom? Of dat ik struikel over de vloermop? Nee, morgen is het met de beentjes omhoog en maar eens lekker binge-watchen. Dan weet ik eindelijk ook eens wat dàt betekent!

IMG_1407Zondag is de dag. Brunchen met pannenkoeken, op de fiets naar het stadion (is dat verstandig?) en dan lekker rennen. Genieten van het lopen in mijn stad. Genieten van al die mensen in het publiek. Genieten van het herfstzonnetje. Genieten dat ik gezond genoeg ben om mee te doen. Dat ga ik doen….Genieten met een grote G!

Wil je mij volgen? Je kunt de TCS Amsterdam marathon app downloaden en zoeken op startnummer of naam. Als je mij ziet, dan beloof ik dat ik een lach op mijn gezicht heb :-).