• Playlist

    Playlist

    De tekst die ik niet plaatste vorige week. Het kwam te dichtbij. Toch deel ik nu mijn woorden, nadat ik een artikel las in Het Parool met als titel Rouwen ìs al moeilijk, maar met kinderen helemaal. Het artikel deelde ik op LinkedIn. Dat deed mij beseffen, ook ik heb een verhaal. Een verhaal van uitgestelde rouw.

    Sjako zingt jouw afscheidslied in mijn oortjes. I’ll be there to try to make you the brightest day… Het lijkt alsof jij mij iets vertellen wilt. Als mijn playlist, op shuffle, Cause your the best thing that ever happened afspeelt weet ik het zeker.

    Vorige week was het de langste dag van het jaar. De zon scheen volop en het is nog even licht voor het donker wordt. De donkerste dag in het verse begin van juli volgt al snel.

    Een mensenleven van een puberkind geleden. Wat is tijd als je dat beseft? Ons verhaal is als dat van vele anderen. Ik lees ze, herken ze, erken ze.

    Mijn verdriet dat snel plaats maakte voor rede. Het verhaal dat ik vertelde maar niet binnen liet. Niet echt. Als de schroeven in jouw kist, muurvast.

    Een zomermaand die nooit meer is zoals ze ooit bedoeld was. Voorpret voor de vakantie, eindeloze tochtjes van terras naar terras, zonnen in een veld tussen het hoge gras, de barbecue draaide overuren. Onbekommerd genieten.

    Het is niet voor niets geweest. Dode bladeren geven vruchtbare grond, als je ze niet weghaalt, maar koestert.

    Het blauw van de lucht is niets anders dan de weerkaatsing van het niet geabsorbeerde licht, leer ik van mijn kind.

    De zon doet haar best en beter wordt het niet. Maar het is goed zo.

  • Het verhaal van Jona(s)

    Het verhaal van Jona(s)

    Ons geduld wordt op de proef gesteld. Op 31 december 2020 tekende ik het koopcontract voor een appartement in Jonas. De grond waar Jonas op gebouwd werd lag er kaal en koud bij. Op Koningsdag werd het veldje gebruikt als vrijmarkt voor het IJburgse kindergedruis en hun ouders. Ook was het een trapveldje voor de voetbaljeugd en bood het een fijne openheid voor de terrasgasten van het café dat er al sinds IJburg heugenis zit. Het idee om te verhuizen spookte al een tijdje rond in mijn hoofd. Hoe groter de meisjes werden, hoe groter het huis in de Zwanebloemlaan leek. Naast en om ons heen verdwenen de buren en werden de nieuwe buurkinderen met de jaren jonger in plaats van ouder. Ik voelde mij langzaam maar zeker een laatste Mohikaan worden.

    Het huis in de Zwanebloemlaan was bestemd voor ons. We kochten het met een verwachtingsvolle toekomst. Te groot voor onze meubels en ruimte genoeg om te groeien. We groeiden van drie naar vier. En krompen tegen alle verwachtingen in weer naar drie. Het huis voelde als een veilig omhulsel in een soms ongrijpbare wereld. Nog steeds groot, maar de spullen wonnen met glorie.

    Wij leefden en omringden ons met liefdevolle mensen uit de buurt. Toch kriebelde het af en toe. Er werd volop gebouwd om ons heen en de kriebels namen de overhand. Van het gluren op Funda naar een afspraak met een verkoopmakelaar was een telefoontje dichtbij. De eerste keuze viel af. Te duur, te veel locatie, teveel makelaar. Totdat Facebook Jonas naar ons toe bracht.

    ‘Daar wil ik wel wonen!’ Kleine beslissingen en grote, ik maakte en maak ze allemaal zelf. Ook deze. Dit keer met volle instemming en enthousiasme van de meisjes. Ik kocht een appartement van papier met een mooi verhaal. Jonas, een gebouw als een walvis. Omringt door water, aan de haven van IJburg. De Zwanebloemlaan was verkocht voordat ik er erg in had. Met herinningen in ons hoofd en hart gaan wij op weg naar een nieuwe fase in ons leven.

    Jona(s) was een ongehoorzame profeet die als straf overboord werd gezwiept van het schip waar hij op vluchtte. Hij verbleef drie dagen in de buik totdat de walvis er genoeg van had. Uitgespuugd had Jona(s) zijn lesje geleerd. Voor ons wordt Jonas een nieuw avontuur in ons leven. Ik hoop dat de walvis ons een warm hart toedraagt. En ons een poosje in zijn buik laat wonen. Nog even geduld en dan is het zover.

  • De reis van mijn leven – 2-

    De reis van mijn leven – 2-

    Het is bijna 1 juli. Het verhaal waar ik aan ben begonnen heb ik nooit afgemaakt. Rosa is bijna 19. Nonna is volop 16. Sjaak is bijna 15 jaar dood. Het was ons verhaal, onze reis en is het mijne geworden. Het is tijd om het verhaal te vertellen. Verhalen zorgen ervoor dat je bestaat. Dat herinneringen blijven. 

    Zaterdag 9 maart 2002 (Cynthia)

    We zitten in een café in Ponseby Street, een wijk even buiten het centrum van Auckland. Na het afscheid van Jan en zijn familie fietsen we richting de boot naar het vasteland. Onderweg trakteren we onszelf bij de lokale surf shop op twee dure zonnebrillen. Ruim 300 dollar armer maar met prima zonwering halen we net de ferry. Een alweer hulpvaardige man helpt ons met de fietsen de trap af, de boot op.

    Na een half uurtje arriveren we in de haven van Auckland. Op zoek naar een outdoor winkel om een gasfles voor ons brandertje te kopen. Dat karweitje is snel geklaard. We gaan op weg naar de Intercity Bus Company. We hebben besloten het eerste stuk met de bus af te leggen. Naar Brynderwyn, een gehucht 100 kilometer ten noorden van Auckland.  Volgens de Lonely Planet is fietsen over de Motorway  niet echt aantrekkelijk. De, alweer, uiterst vriendelijke man van de buskaartjes raadt ons aan de volgende ochtend om acht uur naar de buschauffeur te gaan en te vragen of de fietsen mee mogen. Dat blijkt namelijk afhankelijk te zijn van de hoeveelheid bagageruimte die over is èn van het humeur van de buschauffeur. Okay then, op zoek naar onderdak. Het backpackers hostel Brown Kiwi (what’s in a name?) is vol. Wel mogen we gebruik maken van de telefoon in de hal om andere hostels te bellen. Omdat we weinig zin om de hele middag te spenderen aan het zoeken van onderdak, komen we al bij snel Paddy’s Bed & Breakfast terecht, een paar straten verderop. Paddy blijkt de naam te zijn van een zeer familiaire mevrouw die, samen met haar man, een kamer verhuurt in hun pittoreske cottage. Sjaak gedraagt zich al snel als een olifant in een (letterlijke) porseleinkast en sloopt bijna de technologisch vernuftige inklaptrap naar de zolder. Hij begreep mevrouw Paddy niet helemaal en wil haar helpen door de trap een zetje te geven.  Met als resultaat een harde klap en ronddwarrelende houtspaanders. Mevrouw Paddy blijft vriendelijk en komt met foto’s van haar (deels Nederlandse) kleinkinderen op de proppen. Na een glaasje sap en kennismaking met hond Hector en manlief, die direct instructies krijgt onze was te doen, verlaten we het popperige huisje op weg naar een terrasje. ’s Avonds eten we bij Gourmet Pizza Kitchen. Super lekkere vis, oesters, sashimi en een gigantisch toetje: chocolade taart, ijs, cheesecake en koffie. Plus een fles Chardonnay!

    Bed and Breakfast in Auckland
    Bij Paddy’s

    Ik kan mij het poppenhuisje nog zo levendig voor de geest halen. We sliepen echt letterlijk naast het echtpaar en durfden ons bijna niet te veroeren in het poppenbedje. En dan Sjaak, die met zijn Gieling-genen altijd ruimte nodig had om zich te bewegen. Ik weet nog dat in ons huis hij de meubels op ‘ zwaai-afstand’ wilde hebben. Dat betekende letterlijk dat als hij ergens liep, hij met zijn armen moest kunnen zwaaien (ook in de breedte) zonder ergens iets om te gooien. 

     

    Zondag 10 maart 2002 (Cynthia)

    Om acht uur in de ochtend vertrekt de bus naar Brynderwym, een gehucht dat bestaat uit een tankstation en een motel. Ons vertrekpunt naar het Noordereiland. Het advies om de chauffeur te vragen of onze fietsen mee mochten leidde tot het antwoord ‘Dat we maar even moesten wachten, dan zouden we wel zien’. Op het moment dat alles en iedereen in de bus zat, riep hij ons toe dat wij ‘ very very quickly’ de fietsen en de bagage in de bus konden laden. Opgejaagd gooiden we alle bagage in het laadruim en de fietsen er bij. 

    Na 2 uur rijden komen we aan in Brynderwyn. We drinken koffie, laden onze bagage op de fiets en gaan op weg richting Dargaville, 74 kilometer verderop. Het weer is redelijk goed. Licht bewolkt en wat wind. Het landschap is heuvelachtig met een paar flinke klimmetjes. Onderweg zien we veel dode opossums op de weg. Dat zijn een soort knaagdieren van het formaat kleine hond. Ze hebben er veel van in Nieuw Zeeland en worden gezien als een plaag. Ze steken ’s nachts de weg over en worden dan plat gereden.

    Na een paar kilometer komt ook de ‘fietshumor’  om de hoek kijken. Sjaak had al vaak verteld over het concept ‘fietsscheten’. Hij tovert ze om tot ‘bruine kiwi’s’. De afspraak was even te waarschuwen als er een bruine kiwi op komst was. Vooral erg fijn voor mij, omdat ik de meeste tijd in het wiel van Sjaak zit.

    Na ongeveer 30 kilometer gaan we de weg af om het Kauri museum te bezoeken. De Kauri is een inheemse boom waarvan de bossen grotendeels gekapt zijn. Ze hebben er nu dus zelfs een museum voor moeten maken. Je gaat dan ineens anders naar die grazige, groene weiden kijken als je je bedenkt dat alles ooit bedekt was met Kauri woud. Het museum liet een goed beeld zien van wat vooral de Engelsen vanaf ongeveer 1850 aangericht hadden. Ze moeten flink hard gewerkt hebben om al die woudreuzen te vellen. Een naar idee.

    Na een uurtje vervolgden we onze tocht. Tot nu toe was het weer prima en de heuvels worden minder steil. Ongeveer 25 kilometer voor Dargaville merkt Sjaak op dat we het droog hebben weten te houden. Nog geen vijf minuten later begint het te regenen. Tien minuten later zijn we doorweekt. Dit zijn nu de zogenaamde ‘ showers’. Een Grote regendouche zou er jaloers op worden. We schuilen bij een pub halverwege maar besluiten na een kwartiertje toch door te fietsen. Vlak voor Dargaville wordt het droog. We zoeken een motel op met dit keer een warme ‘ shower’. ’s Avonds eten we bij een tentje met de naam ‘Blah blah blah’. De serveerster is een grappig warhoofd, het eten is lekker en de koffie ook!

    92694C05-86B9-4612-A587-3E219A5360DF

    Maandag 11 maart 2002 (Sjaak)

    Reuzengoed geslapen in ons motel. Zo goed, dat we besluiten nog een nachtje te blijven. Het weer belooft opnieuw weinig goeds en bovendien willen we oppassen dat we niet zomaar overal voorbij sjezen. Overdag het plaatsje in geweest voor koffie. Na een lekker middagtukje in het motel op de fiets gestapt op weg naar Bayleys Beach, een kilometer of 12 van Dargaville. Er waait een stevige wind maar het is droog. Het uitgestrekt strand is autovriendelijk. De vissers rijden er hun fourwheel’s tot aan de vloedlijn en gooien hun hengels uit. Bij Funky Fish eten we veel te fel gekleurde ijsjes. Terug in Dargaville bezoeken we de ‘Chicken Inn’, een matig restaurant met een uitgebreide wijnkaart. Ik wou alleen water. De steak van Cynthia was een plak van 2 centimeter dik en zeker 13 centimeter in diameter. Ergens op die plak zwierf nog een stuk ananas. Dat was Dargaville.

    Terwijl ik dit schrijf bedenk ik mij hoezeer ik de humor van Sjaak terug zie in Rosa. Geen grappen en grollen op een feestje, maar droog en scherp. Ik kan er altijd hartelijk om lachen.  

     

    Dinsdag 12 maart 2002 (Sjaak)

    De ochtend begon aanvankelijk motterig, maar na een paar kilometer brak de zon door en die bleef ons de hele dag vergezellen. Onderweg waren er weinig mogelijkheden om te pauzeren. We moeten het de hele dag zonder koffie stellen. We komen aan op de prachtige campsite van Waipoua Forrest. Helaas is de koffieautomaat drie weken geleden weggehaald, blijkt uit een verfrommeld briefje. Alweer bezoeken we een ander Kauriebos. Prachtige grote bomen op 450 hectare land. Pre- human reservaat. Gewoon oerwoud dus eigenlijk. Erg imposant, bomen van soms wel 1200 jaar oud. Via een gravelpad fietsen we verder. Na een prachtige afdaling door het oerwoud bereiken we ons kampeerplekje. We zetten ons anderhalf persoons tentje op en eten baked beans met meatballs uit een blik. Daarna zitten we op een bankje onder een woudreus, drinken thee thee en eten onze laatste M&M’s.

    Wat ik mij over deze dag herinner? We hadden verwacht wel een winkeltje tegen te komen. Niet dus. Dat betekende dat we het moesten doen met één theezakje (voor de avond en ochtend), een blik bonen met nep gehaktballetjes en een zak M&M’s. De plek was adembenemend. we sliepen in het anderhalf persoons tentje onder de sterren. De naaste buren stonden buiten gehoorsafstand. Het geld voor de kampeerplaats moesten we achterlaten in een blikje, dat vast zat aan de gesloten deur van het beheerders huisje. Ultieme (gast)vrijheid. Als ik mijn ogen dicht doe voel ik nog steeds de wind van de afdaling in het oerwoud. Niets dan groen en stilte op perfect asfalt. 

     
    Funky Fish

    Noot: onze verhuisdozen staan al anderhalf jaar in de schuur, te wachten op ons nieuwe appartement in Jonas. Ook het originele boekje met reisverslag ligt daar ergens verborgen. Het vervolg laat even op zich wachten….

  • Dankbaar

    Dankbaar

    Ik pak mijn oude laptop. Lees eerst nog wat berichtjes op mijn telefoon, de alomtegenwoordige redder in nood als ik iets wilt uitstellen. Gisteren vertelde ik mijn dochter ‘ soms moet je iets gewoon doen en niet te lang wachten’ . Het ging over haar autorijlessen. Al dagen of eigenlijk weken, of misschien wel mijn hele leven denk ik aan dingen doen. Gedaan heb ik genoeg. De vraag is of het de dingen waren die ik graag wilde.

    6 maanden heb ik niet gewerkt. Als je werken beschouwt als arbeid verrichten tegen een bepaald salaris. Toch heb ik de afgelopen maanden het hardst gewerkt van mijn leven. Het heeft mij in elk geval het meeste opgeleverd. Rust in mijn hoofd, inzichten in mijzelf, een mildere blik naar mijn omgeving. En het besef dat ik er nog niet ben. Dat ik nog niet weet waar ‘er’ voor staat. Wat ik wel weet dat ik mezelf dankbaar ben. Dankbaar dat ik na jaren van mezelf voorbij hollen, meedoen met de rat race van deze maatschappij, pijn verdringen door nooit te stoppen, altijd blijven lachen en mijn grenzen steeds weer verder oprekken, ben gestopt. Ik heb op de rem getrapt. In eerste instantie was het een noodstop. Niet te vermijden omdat er anders ongelukken zouden gebeuren. Na de noodstop heb ik langzaam leren remmen. In plaats van het gaspedaal en de noodstop kan ik nu ook steeds beter zachtjes de rem aantikken. Voelen. Voelen wanneer het nodig is wat gas terug te nemen. En stapvoets leren rijden.

    Ik ben mezelf dankbaar dat ik hulp heb aangenomen. Nieuwe vrienden heb gemaakt en sommige vrienden bekenden zijn geworden. Ik zeg zacht tegen mezelf dat ik belangrijk ben. Soms zeg ik het hardop. Tegen mijn leidinggevende bijvoorbeeld. Hard werken geeft niet altijd voldoening. Werken aan de juiste dingen wel.

    Ik weet nu beter wie ik ben. Waar ik vandaan kom. Wat ik geleerd heb en nog wil leren. Vandaag is het vrijdag 10 uur in de ochtend en ik schrijf. Ik schrijf en blijf schrijven. Mijn hoofd stroomt over van ideeën en ik geef ze de ruimte.

    Buiten schijnt de zon. In mijn hart ook.

  • Hersenspinsels uit mijn hart

    Hersenspinsels uit mijn hart

    Rafelrandjes

    Aan de randen van mijn ziel
    zitten kleine scheurtjes
    Je kunt ze lastig zien
    maar voelen des te meer.
    Rafelige randjes
    ontstaan uit steeds
    meer leven.

    Ik wil ze zo graag lijmen
    of gladstrijken misschien.

    Niemand heef thet eeuwig leven
    niemand heeft dat ooit gezien.
    Misschien als je in God gelooft.

    Als je goed naar binnen kijkt
    in de diepten van mijn ziel
    zie je dan de kleuren
    of overheersen daar de schaduwen.

    Ik zou ze willen verven
    in het mooiste helder blauw
    Ik wil zo graag weer schitteren
    en voelen wie ik ben.


    Onverwachts

    Heel af en toe kom ik jou tegen
    onverwachts
    zo uit het niets.

    Heel af en toe spreek ik jouw naam uit
    zomaar in een zin
    als ik denk aan jouw wilde haren
    op de fotohoes van een lp.

    Herinneringen van jouw vader, je broers
    ik geef ze door aan jouw dochters
    meer is er niet te geven
    behalve de liefde die ik voel.

    Heel af en toe droom ik
    dat wij nog gewoon samen zijn
    en ik je vertel over
    mijn dag.

    Herinneringen herinneren mij aan jou
    de liefde die ik doorgeef
    stopt niet, is er altijd.

    Hou vol

    Hou vol
    laat niet los.
    Het leven heeft een lijntje
    maak het niet kapot.

    Liedje voor jou

    Voor mij telt de tijd niet in jaren of dagen
    maar in herinneringen
    en er komen geen nieuwe bij.
    Ik moet het doen met die er waren
    ze vervagen mettertijd.
    Er zijn de foto’s en de verhalen
    de blikken in de ogen van jouw
    dochters en de mijne
    en soms zomaar een gebaar.

    Daarom schrijf ik een liedje voor jou
    voor jou lief, alleen voor jou.

    Buiten waait de wind nog net zoals toen
    ik achterop de fiets door het donker
    naar de bioscoop
    met jou de stad doorkruiste,
    ook dat is een herinnering.
    Omdat jij er niet meer bent
    het leven dat wij nu leven niet meer kent.
    Geen nieuwe plannen, avonturen
    die maak ik nu alleen.

    Daarom schrijf ik een liedje voor jou
    voor jou lief, alleen voor jou.

    De rode kater is bejaard nu
    ons oude huis verkocht.
    Ik ben dezelfde en ook anders
    maar ik weet heel erg zeker dat je mij
    direct herkennen zou
    en in gedachten
    lach ik jou nu toe, mijn lief.

    Daarom schrijf ik een liedje voor jou
    voor jou lief, alleen voor jou.

    Het zijden draadje van d eliefde
    heeft mijn hart vast hier op aarde
    en het jouwe ergens daar.
    Je zit in mijn herinneringen
    maar nog dieper in mijn hart.

    Daarom schrijf ik een liedje voor jou
    voor jou lief, alleen voor jou.

    Alleen voor jou.

    Ontwaken

    Ik zie de bomen, niet het bos
    als ik de takken raak, voel ik het mos.
    In mist gehuld
    voelt mijn hart de kou.

    Dan zie ik jou,
    jij raakt mijn hand
    raakt mij hart.
    Jij ziet mij staan en ik ontwaak.

  • Herladen en opladen

    Herladen en opladen

    Een tijdje terug schreef ik over mijn hoofd. Ik had het gevoel dat het niet meer werkte zoals ik dat gewend was. Afgelopen weken leerde ik dat dat ook zo was. Mijn hoofd, of eigenlijk mijn lichaam, gaf het sein “rood”. Vol in de remmen. Terug naar start. Maar waar was start?

    Via via kwam ik terecht bij een psycholoog. Volop in de adrenaline zat ik daar, op zoek naar een oplossing voor mijn hoofd. Mijn hoofd dat stuk was. Geluiden niet meer wilde horen. Kinderstemmen verafschuwde. Getik van de regen op de ramen mij uit mijn vel deed springen. Ademhaling was al teveel. Ik zat en vertelde.

    Ik ben twee manden verder. Voor mijn gevoel nog niet veel verder omdat ik eerst terug moest. Terug naar af. Terug naar start. Alleen die terugweg kost tijd. Want wat is start? Waar is het begin? Wat moet ik doen? Moet ik iets doen? Maar hoe dan?

    Ik heb veel geleerd en weinig gedaan. Voor mijn gevoel en in vergelijking met de afgelopen 15 jaar. Zolang geleden is het exact vandaag dat ik daar was in dat ziekenhuis op de Prinsengracht. Ik zie mij nog rijden in mijn nieuwe rode lease auto. Carrière in het vooruitzicht, glanzend als mijn rode bolide. Totdat de wereld ineens op zijn kop stond. En mijn leven bestond uit zorgen maken en zorgen voor. Ik deed het met liefde en volharding, zonder twijfel. Vergat alleen terug te schakelen na die zware tijd.

    Mijn psycholoog leert mij dat na trauma herstel nodig is. Klinkt logisch. Soms moet je door. Van jezelf, omdat je omgeving jouw zo ‘ sterk’ vindt, omdat je jezelf wilt bewijzen, omdat…. En dan komt een trauma niet alleen. Er gebeuren meer dingen waarvan je niet goed herstelt, die je niet verwerkt. Het stapelt zich op en de rem kun je niet vinden.

    Totdat je eigen lijf je in de steek laat. En dan moet je wel. Op zoek naar de rem. Op zoek naar start. Op zoek naar energie. Van de zesde versnelling naar de eerste. “Moeten” uit je agenda schrappen. Je agenda schrappen. En zoeken naar de balans. Energie geven en energie krijgen. Jezelf de vraag durven stellen. “Waar word ik gelukkig van?”

    Jezelf herladen en opladen. De batterij kreeg namelijk niet genoeg tijd om op te laden. En was steeds sneller leeg. Zoals een oude iPhone binnen een mum van tijd weer leeg kan zijn. Gelukkig is de batterij van een mens gemaakt om een leven lang mee te gaan. Als je er maar goed voor zorgt!

    Dun als ijs

    In mijn agenda lege vakjes
    volgende week, de maand erna.
    Ik ben gewend ze gevuld
    te zien.
    De vakjes die de uren, de dagen
    voorstellen tot ze voorbij gegaan
    zijn in de tijd.

    Leven in het nu, het stipje
    is vandaag, niet op de horizon.

    Staan op dun ijs en wachten
    tot het dikker wordt.
    Mijn schaatsen moeten wennen
    aan het geknisper en ik,
    ik ook.

    Dus duw ik voorzichtig mijn
    eerste voet langzaam in de
    richting waar ik heen wil.
    Niet te snel, het ijs ligt er nog
    maar net en kan teveel nog
    niet verdragen.

    Ik wil mijn vakjes vullen en
    sneller, harder, mooier schaatsen
    maar besef dat mijn ijs moet
    groeien, herstellen, dikker worden.

    Mijn vakjes mogen nog
    even leeg zijn
    en zich vullen met het moment
    Het ijs wordt vanzelf weer sterk
    en krachtig
    tot het mij en mijn leven
    dragen kan.

    De vakjes in mijn agenda
    worden dan weer stipjes aan de
    horizon.

  • Elastieken tijd

    Elastieken tijd

    Ik ben één van die mensen die altijd te laat komt. In elk geval ben ik vaker te laat dan op tijd. Als ik op tijd ben, dan ook heel erg op tijd. Lees: een tijdsspanne goed genoeg om de omgeving te verkennen op zoek naar een coffee to go. Sinds mijn hoofd het wat vaker laat afweten ben ik in evenredig stijgende lijn ook slechter met de tijd. Door de chaos in mijn hoofd wijzer geworden, beheer ik met miniscule tijdblokken mijn agenda. Alles staat er in. Afspraken met mezelf en afspraken met anderen. Verjaardagen en andere belangrijke data waarop je geacht wordt iemand te feliciteren of een hart onder de riem te steken. Sportmomenten thuis en met anderen.

    Toch neemt de tijd doorgaans een loopje met mij. Ik reken keurig terug wanneer ik moet vertrekken, eten, koffie zetten, aankleden, tandenpoetsen om zo op het moment te komen dat ik mijn wekker moet zetten. In mijn hoofd deel ik mijn activiteiten op in tijdsblokken. Het past altijd keurig. Tot het moment van vertrek. Plotseling is het net iets later dan gepland. Haastig jas aan, schoenen aan. Fietssleutel….waar is mijn fietssleutel? Graaiend in het bakje met sleutels pijnig ik mijn hersens. Wanneeer heb ik mijn fiets op slot gezet? Wat had ik aan? Van bakje ga ik over naar jaszakken en handtassen. Gevonden. Vijf kostbare minuten. Een half uur duurt het fietsen naar mijn afspraak. Tenminste, op een mooie zomerdag zonder wind, toen ik mijn tijden altijd klokte op mijn sporthorloge. Het waait. Een gure wind pal tegen. Onderweg kijk ik elke honderd meter op mijn horloge. Welke route is de snelste? Waarom weet ik dat nu niet meer? De minuten tikken sneller weg dan ooit. Mijn jas is te warm. Ineens stijgt het rood naar mijn wangen. Een mondkapje! Vergeten in de zoektocht naar mijn sleutels. Mijn telefoon zit gelukkig in mijn jaszak. Bellen tijdens het fietsen staat nog steeds een stevige boete op, dus ik stop en bel een vriendin. ‘ Kun je mij redden?’ Dat kan ze.

    Verwoed trap ik op mijn pedalen. Ik denk aan het gesprek dat ik laatst had. ‘ De rek is er uit.’ Het betrof mijn hoofd. Stiekem moet ik lachen. De rek is dan misschien wel uit mijn hoofd, maar mijn elastieken tijd, die blijft!

    Noot van de auteur: ‘djam karat’ betekent in Indonesië ‘ elastieken tijd’. Ik hou het er maar op dat een deel van mijn achtergrond meespeelt in bovenstaand verhaal, dat exemplarisch is voor mijn vele te laat kom momenten. De tijd zal het leren!

  • Als je hoofd het niet meer doet

    Als je hoofd het niet meer doet

    Denken, piekeren, peinzen, beslissen. Het voelt verdoofd, verward en niet van mij. Sinds kort ben ik het vertrouwen kwijt in mijn hoofd. De buitenkant doet het nog prima. Ik zie er geen dag ouder uit dan ik ben. Mijn ogen kunnen nog lachen, al kost het steeds meer moeite. De rimpeltjes zijn nog vriendelijk. De binnenkant is een heel ander verhaal.
    Een meneer die er verstand van heeft vertelde mij een aantal jaren geleden dat ik veel in mijn hoofd zit. Zijn pogingen om meer bij mijn voelen te komen stuitten op argwaan. Voelen, bedacht ik, doe ik wel in mijn eigen tijd. Ik vertrouwde op mijn hoofd. Op mijn denken, mijn intelligentie en mijn volstrekte vertrouwen dat mijn brein mijn beste vriend was.

    Nu wil mijn hoofd niet meer. Het voelt alsof mijn hersenen mij voor de gek houden. Ik vergeet, ik pieker, ik kan de uitknop niet meer vinden. Het geluid van ademhalen aan de andere kant van de kamer is al te veel. Gesprekken worden snel een kakofonie van een massasprint. De herinnering aan wat gezegd werd dompelt zich onder in mist. Ik lijk de controle te verliezen.

    In allerijl komt mijn gevoel om de hoek kijken. De meneer van weleer zou eens moeten weten. Alleen is dit niet wat ik wil voelen. Paniek. Verwarring. Boosheid. Onrust.

    Het is de val. Met mijn hoofd op de plavuizen. Het is een trauma. Het ziekenhuis, de dood. Het is stress. Ik werk te hard, ik doe te veel. Te veel alleen. Alle ballen in de lucht. Ik weet niet wat het is. Ik weet alleen dat mijn hoofd overuren maakt en ik het stil wil zetten.

    Rust. Ruimte. Niets. Even niets. Totdat mijn hoofd het weer doet.

  • Emoties

    Emoties

    De laatste blog die ik schreef is alweer een paar maanden terug. Een paar maanden. Soms zijn ze voorbij in een fractie van een seconde, soms duren ze een eeuwigheid. Op 12 mei rende ik de halve marathon van Utrecht voor een goed doel, het KWF. Maar vooral voor een jongetje van net zes jaar oud, Lester.

    Een maand verder. Het gaat niet goed met Lester. Helemaal niet goed. Dat heeft op iedereen in zijn omgeving enorme impact. Niet in het minst bij zijn ouders. Emoties. Iedereen kent ze en iedereen gaat er anders mee om. Emoties worden omschreven als gevoelens die door een bepaalde situatie opgeroepen kunnen worden. In dit geval een vreselijke situatie, waarvan je al snel denkt dat niemand er tegen opgewassen is.

    Verdriet doet rare dingen met mensen. Boosheid, vreugde en angst trouwens ook. Als ik naar mijzelf kijk, dan zie ik uiterlijk nooit zoveel. Ik ben niet iemand die extreem boos, blij, bang of verdrietig is aan de buitenkant. Emoties zijn niet altijd in iemands gedrag of expressie te herkennen. Dat betekent niet dat ze er niet zijn.

    Veel emoties zijn te herkennen in de liefde. Liefde is een intense emotie. Het is ook een subjectieve emotie. Waar de één liefde voelt, kan de ander hoogstens sympathie opbrengen. Waarbij we ook nog het onderscheid moeten maken tussen liefde en verliefdheid. Die laatste is, als je het sterk reduceert, een sterke chemische reactie in de hersenen. Maar wel eentje die sterke emoties kan laten zien.

    Toen ik jonger was, verwarde ik liefde met verliefdheid. Als ik dat door zou trekken naar het heden heb ik veel liefdes gekend. Met het ouder worden begin je het onderscheid te maken tussen liefde en verliefdheid. Allebei is overigens nog steeds heerlijk. Mijn grootste liefde is nog steeds de vader van mijn kinderen. Mijn diepste liefde is die ik heb leren kennen sinds de geboorte van diezelfde kinderen. Liefde heb ik ook voor mijn sport, zij het wat minder intens. Liefde voor vrienden en familie, voor eten, voor reizen en avonturen beleven. Liefde voor het leven zelf.

    Alle soorten van liefden wekken emoties op. Zeker als de liefde je wordt afgenomen, op welke manier dan ook. Met je ratio kun je na verloop van tijd je wonden likken en verder gaan. Alleen die ene, allesomvattende liefde voor je kinderen. Die zou niemand af mogen nemen. Zelfs al blijft die liefde voor altijd in je hart en in je diepste gevoel bestaan.

    Dat is de oneerlijkheid van het lot.

     

  • Rennen voor Lester

    Rennen voor Lester

    Lester is een vrolijk, slim joch van vijf, bijna zes. Heel veel ouder zal hij niet worden. Dat hebben zijn ouders pas gehoord.

    Vlak na zijn vierde verjaardag, belde zijn moeder mij. Ik weet het nog goed. Ik stond voor de ingang van het hoofdbureau van politie in Den Haag. Een statig gebouw tussen de ambassades in. Ik had een afspraak met mijn leidinggevende daar over mijn toekomst.

    Ik had al meerdere gemiste oproepen van haar. We zouden koffie gaan drinken de dag erop. Ze belde niet zomaar was mijn gevoel. ‘Lester had pijn in zijn been tijdens de vakantie op Curaçao en was hangerig’ vertelde mijn vriendin. Na een bezoekje thuis aan de huisarts, een onderzoek in het OLVG West en een directe doorverwijzing naar het Prinses Máxima Centrum was het duidelijk. Lester kreeg de diagnose ‘neuroblastoom fase 4’ . Ik had er nog nooit van gehoord. Het blijkt één van de meest agressieve vormen van kanker bij jonge kinderen te zijn. Hoe ouder, hoe minder kans van overleven. Oud is in dit geval een relatief begrip. Vier was oud, begreep ik.

    Lester ging een zware periode tegemoet. Zijn ouders misschien nog wel zwaarder. Onzekerheid, leven met de dag, wachten op uitslagen, eindeloze ziekenhuisbezoekenen opnames, Lester troosten en steunen bij alle pijnlijkebehandelingen, dagelijks aanmoedigen om heel vieze medicijnen te nemen, elke dag zorgen om het eten dat zo moeizaam ging. Spelen in het ziekenhuis (als er energie genoeg voor was).

    Pappa bleef werken en zorgde thuis voor Lesters broertje, die acht maanden oud was toen de diagnose werd gesteld. Samen gingen ze zo vaak als ze konden naar het ziekenhuis, ook om mamma’s afgekolfde melk te halen. Met hem ging het gelukkig goed. De spannende tijd na zijn geboorte in het ziekenhuis was voorbij. Lesters broertje bleek een zeldzame aangeborenaandoening te hebben, het PraderWilli syndroom. Daarmee begon het medische leven van het gezin van mijn studievriendin.

    Mijn eerste bezoekje aan het Prinses Máxima Centrum, toen nog gevestigd in het Utrechtste Wilhelmina Kinder Ziekenhuis, was confronterend. Kleine kinderen aan ‘palen’ door de gang rennend, kale koppies in de armen van hun ouders. Ik herinner mij nog goed de kamergenoot van Lester. Een jaar ouder en een jaar verder in de behandeling vond hij zichzelf erg groot en wijs. ‘ Kan hij niet even stoppen met huilen?’ wees hij naar Lester. Van Lesters moeder hoorde ik laatst dat hij een jaar geleden is overleden.

    Wanneer ik het terrein afsloeg naar de afdeling van Lester, was daar een grote bouwput. Ik leerde al snel dat daar het Prinses Máxima Centrum zou komen. Een mooi, nieuw gebouw waar kinderen en ouders hun eigen kamer kregen zodat in moeilijke tijden ze ook hun privacy zouden hebben. Op 18 mei 2018 werd het centrum in gebruik genomen. Lester was één van de eerste patiëntjes. De kamers waren ruime en lichte tweekamerappartementjes, met een balkon en de broodnodige privacy. Nu konden Lesters pappa en broertje ook soms blijven slapen.

    Met Lester ging het eigenlijk best goed. Als je de talloze pijnlijke, vervelende behandelingen en de nare bijwerkingen niet meerekende. Hij hield zich steeds vaker sterk voor de zoveelste prik, MRI-scan, narcose, chemokuur en verder gepruts aan zijn kleine lijf. Er gloorde hoop aan de horizon.

    Tot het najaar 2018. Op de dag dat Lester zijn ‘bloemkraalceremonie’ zou krijgen kwam het slechte nieuws. Er was toch een klein plekje gezien. Alsdonderslag bij heldere hemel. Met zon snel recidief zijn de kansen uiterst klein, maar Lesters ouders gaven de hoop niet op. Lester zou mee doen in een experimentele studie. Maar dat werkte niet. De kanker was hardnekkig.  

    Oud & Nieuw 2019.

    Wij vierden het met dubbele gevoelens. Lester was de hele middag en avond overactief rondjes aan het rennen en had het prima naar zijn zin met mijn dochters. Het voelde vreemd om elkaar een ‘gelukkig nieuwjaar’  te wensen om 12 uur ’s  nachts. We deden het toch en trokken de champagne open.

    Tot deze vrijdag. Een FaceBook bericht over de (halve) marathon van Utrecht had mijn aandacht getrokken. Ik zocht nog naar een leuke halve als training voor mijn traithlon’s. En waarom het rennen niet verbinden aan een goed doel? Het was 1 maart, mijn trouwdatum. 17 jaar geleden. Vijf jaar getrouwd geweest. Tot kanker een einde maakte aan mijn huwelijk. Een mooie symbolische dag om het KWF te steunen. Ik las verder en zag dat dit jaar het sponsorgeld naar het Prinses xima Centrum zou gaan. Ik dacht aan Lester en appte zijn moeder. Mag ik iets over Lester vertellen? Ik hoorde niet direct iets terug.

    ‘s Avonds lichtte mijn telefoon op. In de groepsapp van Lester verscheen een bericht. De uitslagen van de nieuwe scans waren negatief. De ziekte is nog steeds actief en heeft nieuwe plekjes gemaakt. De tumor in Lesters been is weer groter geworden. Dus ook het nieuwe medicijn dat Lester zes weken lang moedig heeft geslikt heeft geen effect gehad. Alle hoop is vervlogen. Tijd rekken en genieten van de dagen die hij nog heeft is de boodschap.

    Zoals Lester zijn er jaarlijks 600 kinderen die kanker krijgen. 1 op de 4 overleeft het niet. In 2014 namen zorgprofessionals en ouders een initiatief dat leidde tot het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Met een heldere missie: ‘ieder kind met kanker genezen, met optimale kwaliteitvan leven’.

    Helaas is het zover nog niet. Daarom is er nog steeds geld nodig voor onderzoek. Uniek is dat zorg en onderzoek hand in hand gaan bij ‘het Máxima’. In hun heldere missie en visie leggen zij uit wat dit betekent voor kinderen en hun ouders.

    Voor Lester en zijn ouders en broertje biedt het Máxima nu nog de beste zorg en naar ik hoop ook nog zoveel mogelijk kwaliteit van leven. Voor Lester te kort. Veel te kort. Voor andere kinderen, met steun van donaties van vrienden, familie, collega’s, kennissen en zelfs onbekenden misschien nog hoop. En in de toekomst de missie volbracht.

    Op zondag 12 mei loop ik 21 kilometer voor Lester. Het geld dat ik daarmee ophaal gaat naar het Prinses Máxima Centrum. Vóór kinderen, tegen kanker. Namens Lester, zijn mamma en pappa en zijn broertje van twee, bedankt voor je bijdrage. Het helpt!!